B E S T E L    D E    B O E K E N    V A N    K R I S    E N    A B O N N E E R    J E    O P    H E T    T I J D S C H R I F T    V A N    H U B E R T :    W E I R D O'S

Kris' gedachten van oktober

2017: Roc Amadour and roll


Foto Wie de uitzending van Radio Gaga over Lourdes heeft gezien, hoeft dit tekstje niet te lezen, hoewel hij dan mijn bijgedragen bemerkingen nooit te weten zal komen. Zeker is dat hij door enkel de uitzending te zien, zo paf als ik zal gestaan hebben van de geloofsbelijdenis die sommige mensen afleggen. Ik vermoed dat er niet voldoende negatieve elementen mijn leven binnensijpelen, want anders zou ik zeker ook de weg naar het grootste bedevaartoord van Frankrijk hebben gevonden. Pas op, ik ben er al geweest, als toerist. Ik heb er geen verschijning gehad, maar ik was er wel getuige van ongelooflijk grote devotie.
Als ik je vertel dat een blinde vrouw haar man in zijn rolstoel voortduwt, die op zijn beurt richting geeft aan haar leven, wat zeg je dan? Dat de liefde groots is, nog meer in kwade dan goede dagen. Als ik je vertel dat een man en een vrouw een dankwoord komen brengen omdat ze na 47 jaar gescheiden te zijn geweest, elkaar hebben teruggevonden, wat is je reactie dan? Dan zou je kunnen zeggen dat dit nog niet zo bijzonder is. Maar de reden van de scheiding is dat wel: de vader van de man verbood destijds met de vrouw om te gaan omdat ze twee gehandicapte broers had; hun kindjes zouden de ziekte misschien kunnen overerven. Een wijze afweging die je als vader kunt maken, maar ze wekt zeer zeker geen sympathie op.
Het strafste van alles vind ik nog de man die niet voor zichzelf naar Lourdes gaat maar dat doet voor mensen die de reis niet meer aankunnen. Hij laat hen een brief schrijven met hun wensen erin. Vervolgens steekt hij die brieven in een schoudertas en gaat hij voor de camera van de grot staan. Thuis kijken de mensen op het afgesproken uur via het internet naar de grot, herkennen de man met de schoudertas en beleven zo het bezoek op afstand mee. De stralen van Maria schijnen over het hele wereldse web door tot in België. Het is iets wat elke oergod gewild zou hebben.
Het zijn een voor een straffe verhalen die een ongelovige zoals ik op het puntje van zijn stoel doen zitten. Hoe vindt een regisseur onderwerpen die de kijker zo kunnen raken? Wellicht werd hij geholpen door medewerkers die hun job als researcher eer aan wilden doen. En dan komt bij mij al snel de gedachte boven dat alles minutieus in scène is gezet, net zoals alle andere werkelijkheidssoepen op tv. Maar gelukkig doet dat niets af aan de goede ziel van de ware mens.
Je voelt aan dat ik niet goed weet wat ik ermee aan moet. Gelovig zijn is mooi, en toch zegt een stemmetje in mij dat ik ook zonder dat geloof kan, als ik maar gezond en rijk ben, dan lukt alles wel min of meer. Of niet. Het lijkt me logisch dat rijke, zieke mensen eveneens op bedevaart gaan. Ach, geloof is iets persoonlijks. Je doet ermee wat je wilt. Vult het je leven aan dan is het goed. Maar dan heb ik toch mijn bedenkingen als de interviewer van Radio Gaga meermaals de opmerking krijgt: ‘we zien elkaar in de hemel terug, als die tenminste bestaat’, bijvoorbeeld van een man die zijn overleden vrouw al twintig jaar mist. Een gelovig mens zou niet mogen twijfelen.
Ten slotte wil ik nog even kwijt dat ik op vakantie in de Périgord Noir het tweede grootste bedevaartsoord van Frankrijk bezocht heb: Rocamadour. Het verhaal achter Sint-Amadour ken ik niet, maar de rots waar zijn intacte lijk in de twaalfde eeuw werd teruggevonden is een trekpleister voor menigeen. Ik heb er geen taferelen à la Lourdes gezien, maar er waren wel mensen die baden en er niet de toerist wilden uithangen zoals ik. Ik heb er vooral de bouwkunst van onze voorvaderen bewonderd. Hoe ze het klaargekregen hebben om een klooster tegen de flank van een berg, en erin, te bouwen, is een staaltje van menselijk kunnen, zonder hulp van God.

2016: Met z'n allen op een bol


Foto Ik zit niet in de put. Ook niet in een midlifecrisis, want die heb ik al overleefd ergens tussen 2000 en 2005. Gelukkig kwam ik toen mijn vriendin tegen en alles zag er in een wip weer rooskleurig uit. Nu, tien jaar later, is mijn wereldbeeld drastisch veranderd en ik ben er niet meer zo zeker van of de moderniteit van 2016 me nog aanspreekt of me inspireert tot het verrichten van grootse daden.
Ik heb hobby’s genoeg, maar ik ben in feite met niets passioneel bezig. Ik ben niet neerslachtig of zo, ik zie het nog wel zitten, maar echt leuk vind ik het niet meer. Hoe komt dat? vraag je je misschien af. Wel, ik ben op onderzoek uitgegaan en kwam tot een belangrijke bevinding: ik heb het ouderdomssyndroom. Normaal is een syndroom een complex van ziekteverschijnselen waarvan de oorzaak onbekend is. Zo erg is het nu ook weer niet. Met het syndroom waar ik momenteel aan lijd krijgt elk persoon na zijn 55ste in mindere of meerdere mate te maken. Er zijn uitzonderingen natuurlijk, want genoeg mensen doen na die leeftijd nog de moeite om iets te presteren, bijvoorbeeld president worden.
Nu ik erover nadenk herken ik mijn ziektebeeld in dat van mijn vader toen hij mijn leeftijd had. 81 jaar lang hebben we zijn verjaardag op 28 september gevierd. Die datum zal nooit uit mijn geheugen gewist kunnen worden en elk jaar zie ik hem op die dag voor mijn geestesoog: hoe hij in zijn hobbykamer als bekend stekskesman met zijn luciferetiketten bezig is, hoe hij door zijn tuin loopt en iedereen vriendelijk vraagt om het pas gemaaide gras niet te betreden, hoe hij in zijn zetel voor de tv ligt te slapen en wakker schiet als iemand de zender verandert. Een ingetogen, goedhartig man.
Sinds 2011 herdenk ik hem op zijn sterfdatum: 9 november. Het was geen leuke dag, maar ik herinner me de morgen van 10 november nog heel goed. De natuurelementen zorgden voor een gepast decor in een wereld waaruit mijn pa ineens was verdwenen: mist. Sindsdien vergelijk ik zijn daden met die van mij, zoek ik verbanden tussen zijn en mijn karaktertrekken, merk ik overeenkomsten op tussen zijn en mijn filosofische kijk op de wereld, herken ik mijn onwilligheid om mee te lopen met de technologische- en emotionele vooruitgang van de mensheid die met rasse schreden naar een toekomst ijlt die onmogelijk te voorspellen is.
Ik merk het op mijn werk én thuis: computertoestanden ga ik liever uit de weg. Ik heb mijn leven lang met computers gewerkt, maar nu zit ik liever op een tuinstoel een boek te lezen. Mijn smartphone is leuk. Hij brengt me dichter bij de mensen, maar echt sociaal maakt hij mij nu ook weer niet. Als ik stilsta bij wat ik ermee doe, doe ik het niet meer. En dan bedoel ik niet telefoneren maar alle apps waarmee ik mijn leven danig kan organiseren dat ik me op den duur een volger voel van een weirde sekte.
Ik hoop dat ik zal genezen van dat ouderdomssyndroom, net als ik de midlifecrisis heb opgelost, maar één ding is zeker: samen zullen we moeten verhoeden dat we vervallen tot een onzinnig leven. Zo zonder kinderen zal dat moeilijk zijn, maar mijn vriendin is er zeker van dat de schepper het goed met ons voor heeft. En omdat zij dat gelooft, geloof ik haar. Toch wil ik nog één bedenking maken: in India gaan ouden van dagen in Benares wonen om zeker te zijn dat hun lijk aan de oevers van de Ganges zal verbrand worden waardoor hun ziel rechtstreeks naar het paradijs opstijgt in plaats van over te gaan naar een volgend zinloos mensenleven.
In 1977 zong Tol Hansse zichzelf in de on-vergetelheid met een treffend liedje waarvan je hiernaast de tekst gedeeltelijk kunt lezen. Veel plezier hier.

2015: Het is (niet) alle dagen kermis


Foto Ik kan me niet meer herinneren of ik als kind heel graag naar de kermis ging. Wellicht trok me de kraam met de eendjes aan, want de ukjes van vandaag lijken nog steeds met plezier ernaar te hengelen. Botsauto’s en rupsen spraken me als puber of adolescent niet aan, ik schoot liever met het karabijn op gipsen pijltjes, want dat kon ik goed. De spullen die ik won hadden echter nooit de waarde die de kogeltjes me gekost hadden. Ik hield er enkel wat souvenirs aan over.
Vroeger was kermis nog meer een familiefeest dan nu. Mijn ouders nodigden grootouders, ooms en tantes met hun kinderen uit en gingen na de koffie slenterend de kramen af. De kermis in een dorp als Kinrooi heeft nooit veel voorgesteld, een vijftiental attracties voor groot en klein, dat was het. Maar ook de kermis in de grote stad waar ik studeerde, Hasselt, kon me niet bekoren. Het geld groeide niet op de rug van mijn ouders noch op die van mezelf. Ik gaf mijn geld liever aan andere bezigheden uit, bijvoorbeeld lezen door boeken te kopen, hoewel velen dat als onbenullig zien. Op latere leeftijd liet ik de foor ook links liggen, maar één keer per jaar werd ik uitgenodigd als geldschieter en kregen de kinderen van mijn broer iets voor hun kermis, geld om te verteren dus. Dan durfde ik zelf weleens munten over de afgrond te schuiven en was het pusher kansspel mijn favoriete kraam.
De kermis was oorspronkelijk een jaarmarkt om de wijding van de parochiekerk te herdenken, een kerkmis dus, maar het religieuze aspect van het gebeuren is vervaagd tot helemaal verdwenen. In sommige dorpen houden ze nog processies en Vlaamse kermissen; low budget volksfeesten met drank, versnaperingen, muziek en dans. Maar meestal gaat het erom de kassa te spijzen, en omdat foorkramers niet achter willen blijven doen ze alle moeite om van de kermis een pretpark te maken. We kunnen er tollen naar hartenlust, rondzwieren in een ton, weerzinwekkend steil naar beneden duiken of met een katapult het luchtruim inschieten. Van het ballen gooien naar de achtbaan, dat is leuk. Als we maar brood en spelen krijgen, zijn we tevreden. De prijs is dan even bijzaak.
De kleine kermis doet me denken aan de dolgedraaide kermis in het groot: de carrousel van het leven. Alles wordt duurder terwijl niets nog waarde heeft, geen authenticiteit, nep. Ondernemers sjoemelen om hun producten aan ons, de niets vermoedende consumenten, kwijt te raken. Vroeger was er nog het vakmanschap. De trots van de makers zorgde voor kunstwerken waarnaar we nu nog steeds opkijken. Met de moderne dingen van onze wegwerpmaatschappij hoeven we straks de antiekbeurzen niet af te schuimen. Nu bepaalt het aantal hits van een filmpje op het internet of iemand iets kan.
Wat duur is, is nog niet per se goed. Apparaten gaan maar een tijdje mee, en als ze stuk zijn kopen we weer nieuwe, terwijl we de technieken hebben om duurzame toestellen te maken. Prijzige diensten hoeven ook geen gegarandeerd tevreden gevoel te geven. Meer en meer kopen we online en hebben we maar een vaag idee van wat we zullen ontvangen, zelfs zonder garantie. Maar de doorsnee webwinkel heeft daar geen problemen mee, die stort gewoon het geld weer terug. Nog beter, we betalen niet meer op voorhand, we betalen pas als we ‘het goed’ goed bevonden hebben. En de rest sturen we terug op kosten van de ondernemer.
Ook de computerindustrie houdt niet op met nieuwe spullen te fabriceren waarmee we thuis en onderweg onze eigen kermis kunnen houden. Iedereen rent zich rot om toch maar de allernieuwste games en sociale media-apps te hebben. Vooral jongeren happen gretig toe. Als oudere wil ik niet meer in de tredmolen meedraaien. Ik heb er genoeg van. Ik beweeg geen hemel en aarde meer om virtueel de adrenaline in mijn bloedbanen te voelen stuwen. Ik zou nog liever in de hel zitten, want daar vieren ze kermis als het regent, de zon schijnt én de straat droog is. Nooit dus.

2014: Playing God


Foto Ik heb een groot deel van mijn leven moeilijk te krijgen gespeeld. Het vrouwelijke geslacht zal zich afgevraagd hebben wat me bezielde om hun leden zomaar af te zweren, maar dat deed ik om veiligheidsredenen. Ik trok een muur rond me op om duidelijk te maken dat ik niemand nodig had, want dan zou mij ook niemand kunnen kwetsen.
En toen kruisten onze levenspaden. Zij speelde de rol van het mooiste meisje in engelenstad alsof die op haar lijf geschreven was. Ik deed een held na in de vorm van een gevallen engel, maar ik was ook de schrijver die op het strand vliegerde in de hoop de vrouw die voor poolster speelde te imponeren met zijn weergaloos toneelspel.
Mijn vriendin hapte toe en een half jaar later stelde ze voor om bij haar te komen wonen. Dat deed ik zonder lang na te denken, want ik wilde voor één keer geen spelbreker zijn. We voelden ons sterren in een Bie-movie. Ik speelde de rijke stinkerd of de minnaar bij uitstek. Zij was zichzelf, zij acteerde niet en ik tuinde erin. Ze gaf toe dat ik nu en dan de rol van een klootzak met bravoure speelde.
Sindsdien bespelen we elkaar als muziekinstrumenten, noem ons viool en gitaar. Zij is in haar nopjes omdat ik het klaarspeel de achtergrondruis van de big bang voor haar te visualiseren. Op haar beurt is zij een enorme hulp voor mij als schrijver en ze krijgt van mij tien voor taal. Onze rollenspellen draaien niet altijd uit op vreugde en pret. Op moeilijke momenten ben ik haar klaagmuur en zorgt zij honderd procent voor mijn gemoedsrust.
Spelenderwijs vraag ik haar regelmatig ten huwelijk ook al weet ik dat het te laat is. Spelende kinderen zouden ons huis danig kunnen opvrolijken, maar we willen onze genen niet meer uitspelen. Zonder hen gaat echter de essentie van het leven min of meer aan ons voorbij.
Gelukkig zijn wij niet alleen verantwoordelijk voor de voortplanting. Van God hebben alle mensen scheppingskracht gekregen. Hij heeft er echter geen rekening mee gehouden dat we het heel ver zouden schoppen en nu dreigen we Hem van de troon te stoten. Op alle gebieden steken we Hem naar de kroon. Maar we spelen met vuur. We zetten de biologische systemen een voor een naar onze hand tot de koning mat is. GAME OVER. Hoog tijd voor A NEW GAME.

2013: Fluister


Foto In de zomer zit ik niet graag in een minder klasse trein die tegen 120 km/u door het Belgische landschap zoeft. Het kabaal dat ik moet trotseren omdat een heleboel raampjes ter verkoeling open staan, is oorverdovend. Bij aankomst in Brussel word ik op de koop toe in een bad van gonzende geruchten gedoopt. Mijn motorhome bezit geen airco en bij snikheet weer ervaar ik het geruis van de wind door de open ramen als noodzakelijk kwaad. Als ik een hond hoor blaffen, raak ik gegarandeerd geënerveerd. Ik kook als tuiniers in de buurt snoeien met zingende zagen en bouwvakkers drillen en boren om doof te worden. Bovendien hoor ik boven alles uit het bloed in de banen ter hoogte van mijn oren suizen.
Elk geluid dat ik hoor wil ik situeren. Als ik de bron ken, kan ik een manier zoeken om de ongewilde klanken uit mijn ervaringswereld te bannen. Ook al is het gehoor noodzakelijk voor het welzijn van de mens, ik leg een zanger die een onuitstaanbaar liedje zingt het zwijgen op door de volumeknop omlaag te draaien of de radio af te zetten. Katten in paringstijd verdrijf ik van mijn grondgebied door er een oude schoen of twee naar te gooien. Ik probeer te allen tijde op een spirituele manier afstand te scheppen tussen mijn innerlijke wereld en de buitenwereld, maar er zijn situaties waarin dat onmogelijk is. Voorbijrazende auto’s en vliegtuigen, kermisattracties, burenruzies en alarmbellen waar niemand op reageert. Ze maken mijn leven hels. Daar moet ik mee leren leven, of oordoppen insteken.
Ik heb schrik als het ontweert. Niet van de donder maar van de bliksem ook al is het de bliksem die dondert. Aan dat oergeluid lever ik me nu en dan over en ik ben altijd blij als de bui voorbij drijft zonder mijn huis of dat van een ander te vernielen. Het verre geluid van een installatie die dagenlang een paal in de grond heit, kan mijn aandacht voor belangrijke dingen doen verslappen. Aan woedende grasmaaiers en joelende kinderen van buren, absurde ringtones van would-be aardbewoners en muzak in allerlei winkelcentra heb ik een hekel. Kuchen en hoesten staan op mijn te-mijdenlijstje, niet alleen vanwege de veroorzaakte decibels maar ook om de besmettelijkheid der bacillen. Dingen die druppelen als een lekkende kraan en muggen die ‘ziften’ zijn een pest. De wekker verfoei ik zondermeer.
Als ik ervan uit ga dat God ervoor zorgt dat iedereen zich in de hemel op aarde waant, mag ik hopen dat Hij er alles aan doet om onze gehoorgangen niet te teisteren met klanknabootsende geboden. Als ik de god in mijn kop mag geloven zal ik evenwichtig blijven door luidende klokken, fluitende vogels, lachende kinderen en smakkende kussen van mijn dierbaren.
Wetenschappers spelen het klaar de achtergrondruis van het heelal te visualiseren. Ik absorbeer overbodige geluiden met mijn autistische vermogen. Als onomatopoëtische woorden mijn brein behameren, neemt mijn fantasie het roer over en worden geluiden droombeelden. Misschien valt het maatschappelijk leven gedeeltelijk of volledig stil als iedereen zich zo dwaas als ik gaat gedragen. Daarom vraag ik elkeen zich in te spannen om samen een stillere maar luisterrijke wereld te creëren. Leef je in en vraag je voortdurend af of je bezigheid anderen kan storen. Is dat zo? Overdrijf dan niet.
Ik heb me voorgenomen me niet meer uit mijn lood te laten slaan door oncontroleerbare geluidsbronnen en concentreer me op leukere geluiden. Ik laat me hypnotiseren door het pruttelende koffiezetapparaat. Ik ervaar de branding van de zee, het ritselen van bladeren en de roffelende regen op het afdak als natuurboeken. Bovenal houd ik van de stem van mijn vriendin. Zij weet dat ik graag schrijf en het getokkel op mijn toetsenbord brengt rust in huis. Alleen weet ik nog geen raad met het spinnen van een kat, want ik zie liever honden. Of het gekrijs van een pasgeborene, want die moet ik zondermeer welkom heten in deze wonderwereld.

2012: Leve de gemeente


Foto Toen ik per fiets van de brug over de spoorweg in Hasselt naar beneden suisde, zag ik het zoveelste aanplakbord voor de verkiezingen van de gemeenteraad staan. In een flits had ik beide personen herkend en vond het straf dat mijn brein dat zo snel kan, wetende dat een doorsneemens zich slechts op één ding tegelijk kan concentreren. Je aandacht over twee dingen spreiden brengt je gegarandeerd in de problemen. En ik kan het weten, want ik ben pas met de fiets op een bedje van afgevallen kastanjes onderuit gegaan omdat ik te fors remde terwijl ik een plastic olifant uit de Elephantparade bewonderde.
Alleen de koppen van de te kiezen personen had ik bekeken. Rechts stond een sympathieke man met kort, grijs haar afgebeeld. Ik heb er ooit op gestemd, maar ik heb hem nooit ontmoet. Ik ken hem omdat mijn broer hem kent, en mijn broer kent veel mensen omdat hij in de verkiezingsdrukte meedoet; zijn vrouw trouwens ook. En de vrouw naast de man? Die kende ik. Maar was zij het wel? Zo volwassen, zo lieftallig en zo mooi?
Ondertussen was ik in volle vaart het bord voorbijgereden. Ik ging in de remmen, keerde me om en fietste terug. Tot mijn niet meer zo grote verbazing bevestigde de achternaam van het meisje die onderaan het bord prijkte mijn vermoeden. Ik had ooit een doopselreportage voor haar papa gemaakt, een ex-collega waarmee ik regelmatig naar het Magazijn ging om een laat avondmaal te nuttigen of onze problemen te verdrinken. Ik heb hem al enkele jaren niet meer gezien en zijn huis in de veldstraat is verkocht, dus ik ben zijn levenspad kwijt. Ik zou hem kunnen zoeken via facebook, want die sociale website gaat diep en je kunt er veel “vrienden” mee opsporen. De reden van de verhuizing ken ik niet, maar ik wil mijn vroegere kameraad heel veel gezinsgeluk op een andere plek wensen.
De schone op het bord is nu twintig, maar ik heb haar gekend toen ze vijf was. Ik kan me voorstellen dat ze nog groen als gras is, maar het lijkt erop dat haar vader haar zo goed heeft opgevoed dat ze al weet wat de noden van de mensen zijn. Zij heeft zich ‘opgedaan voor de verkiezingen’ zoals we dat in het dialect zeggen. Met een mooi geschminkt gezichtje en krullend haar staart ze de kiezer aan en ik kan er verdomme haar vader in herkennen; de genen kruipen waar ze niet kunnen gaan.
Wanneer ik naar ma in Kinrooi rijd, of naar schoonma in Gelinden, langs kronkelende wegen en plattelandsdorpjes, dan zoeven allerlei aangeplakte gezichten op gelijkaardige borden voorbij van mensen die de kiezers proberen te overtuigen op hen te stemmen. Ze torsen een kind of een hond, hebben hun beste pak of jurkje aangetrokken en glimlachen naar de lens, vurig hopend dat je je hun nummer en lijst herinnert wanneer je in het kieshokje staat te wikken en te wegen.
Heel wat mensen interesseren zich helemaal niet in politiek maar hebben wel commentaar op wat er gerealiseerd wordt. Zij spuien voortdurend kritiek over de gang van zaken in hun gemeente en over het bestuur van het land. En toch is er zoveel wil om iets te veranderen. Het is niet te geloven hoeveel inzet er in de gemeenschap is om alles in goede banen te willen leiden. Het aantal aanplakborden langs de weg zegt genoeg. Iedereen mag zijn stem laten horen, maar slechts enkelen zullen verkozen worden, met wat geluk, een duwtje van de familie of door vriendjespolitiek. Zij zullen ervoor zorgen dat de kiezers waar voor hun geld krijgen. Dat je het naar je zin hebt in je gemeente, er graag woont en er ook wil blijven.

°


Terug naar boven

Gezicht van oktober 2017

Foto

's Mens geloof is groot geschapen.

Gedicht van oktober 2017

To believe or not


Vrijheid zonder te hijgen,
eenzaam in gedachten.
Tanden lachen zich bloot
en spreken lijkt op zwijgen.

Om nutteloos vertier balen,
zonder te luisteren
erbij willen horen
en weerstaan aan windvlagen.

Tussen mijn eigen ogen mikken,
mezelf het zwarte gat ingooien
en proberen links en rechts
te onderscheiden van het midden.

Gezicht van oktober 2016

Foto

Het leven is als een kerstbal vol pralines.
Je weet nooit wat je krijgt als je er niet in kijkt.

Gedicht van oktober 2016

Die bol, die zit zo vol


Ergens in de ruimte weet-je,
hangt een akelig klein planeetje.
Op die bol, daar wonen mensen
met hun zorgen en hun wensen:
schele dikke, dunne rooie
en een hele enkele mooie.

De planeet die is vergeven
van het intelligente leven.
Het hele zootje lijkt wel maf,
't is bij de konijnen af.
En de kwaaien en de stommen
gooien naar elkaar met bommen.

Alle mensen wat een lol.
Straks dan draait het zootje dol.
De hele bol springt uit de brand,
maar dan maak ik me van kant
en dan staat er op mijn graf:
‘Lieve God, ik wou eraf.'

Gezicht van oktober 2015

Foto

De zolder is eindelijk opgeruimd.
4 jaar na pa's heengaan ziet ma licht in de duisternis.

Gedicht van oktober 2015

Attractie


Bezap het tv-aanbod
en je merkt de getikte mens op,
bekijk het een avond
en je kleeft aan het plafond.

‘s Avonds laat
geniet ik van het testbeeld
omdat ik je borsten erin herken
en je zwart-witdenken.

Eindelijk beken je kleur,
en omdat de regenboog ook zo
onbereikbaar en voorwaardelijk is,
blijf jij mijn tv naar de wereld.

Gezicht van oktober 2014

Foto

Mijn ravisante vriendin in opperste devotie.

Gedicht van oktober 2014

Drie in één


Nadat ik
als gedreven verkondiger van God
voor peis en vree heb gebeden,
als pijlsvlugge boodschapper
van de Schepper
kunst en vliegwerk heb onderwezen
en als nederige onderdaan
van Onze-Lieve-Heer
de hele wereld heb rond gesjeesd,
zal ik op mijn laatste verjaardag
het Opperwezen bedanken
voor de producten van mijn heilige geest.

Gezicht van oktober 2013

Foto

Weerbarstige groeten uit Koksijde.

Gedicht van oktober 2013

Herrie


Stadsgeluiden botsen
tegen hamer en aambeeld.
Niet alleen mechanische storingen,
ook neurobrabbels klotsen
tegen mijn hersenpan.

Nog gauw de vuilniszak buitensjouwen.
Goh, ik ben vergeten luiers te kopen.
Heb ik er wel van genoten?
Zou ze nog van mij houden?
En wat dan?

Gezicht van oktober 2012

Foto

Hond bekijkt man.

Gedicht van oktober 2012

Raar maar waar


Men beweert wel eens dat iedereen anders is
maar er bestaan anderen die dat nog meer zijn,
dat is niet goed of dat is niet slecht,
dat is alleen beter.

Letters en lijnen, begeleid met klank, hebben
eeuwige waarde, dieper maar prettig gestoord,
ze hebben het bijna beet, de ware betekenis,
de zin van de dingen en het leven.

Ze zullen de waarheid nooit te pakken krijgen.
Zoals vijvers zonder water, blijven dat vijvers?
Of mensen zonder begrip, zijn dat wel mensen?
Bijna.

eygen

Site map         Contact               Geschriften             Gedachten

facebook facebook


© EYGEN-BOEKEN.be    On-line sinds 25/05/2012      Alle rechten voorbehouden
Versie 8.0          Page update 27/09/2017 12:55


B O E K E N    V A N    K R I S    V A N    E Y G E N    U I T G E G E V E N    D O O R    L E C T U R I U M    (FreeMusketeers)