Kris' gedichten van maart

Foto

2021 Afg(e)rond

Vroeg de handdoek in de ring moeten werpen.
Kan dat toekomstbeeld niet zo goed verteren.
Het einde zonder vrees tegemoet treden.
Niet weten hoe het onheil te verbloemen.

Zou uit naasten en vrienden rust moeten putten.
Kan uit wonderlijke momenten moed scheppen.
Moet het leven onherroepelijk loslaten.
Kom er niet onderuit, het hoort erbij, dat sterven.

2020 Niet gedicht maar iets dat open kan

Gaten in kazen zijn als heiligdommen.
Via kerkpoorten verdwijnen we in zwarte gaten.

Kerken zijn als wormgaten aan de neus van de schepper.
Gaten in de lucht slaand lopen onze levenswegen dood.

Ademen is leven. Ondervinden is leerstof opsnuiven.
Bidden is vragen. Geloven is zinvol nadenken.

2019 Onsterfelijk leven

Ik zou graag weer kind zijn
om met neefjes en nichtjes te ravotten, om in de beek pootje te baden,
om in bomen te klauteren en dan vroeg te gaan slapen.

Maar uit het niets springt ik weet niet wie,
alsof hij zich aan mijn doornen kwetst, me boos uit de vaas vol water trekt
en met een bot mes me korter afsnijdt waardoor ik zonder begin geen einde meer zie.

Helaas heeft de tijd me ingehaald,
ben ik in mijn slaap verdwaald geraakt, snak ik naar een late zonsopgang
waarbij ik al zwevend over berijpte daken afscheid neem van het aardse geklingklang.

2018 Dichterbij kan nooit

Ik heb jullie welingelicht, alle bouwplannen piekpijn uitgetekend
en jullie levenspad uitgestippeld.

Ik heb jullie ook geļnspireerd, jullie levenslot uitgesproken
en jullie omgeving gemusiceerd.

Ik heb me nu echter verbannen, loop hier niet helemaal verloren
maar hoop dat jullie me zullen vergeten.

2017 Hoe vaak een gedicht het niet doet

Tweeduizend jaar geleden, toen de wereld nog plat was
en mensen liepen in waterpas,
toen de tijd nog stil stond en niemand dat erg vond,
toen geloofde ik nog in het kind, een uitgang belovend uit dit labyrint.

Tweeduizend jaren later, ligt de M&M-wereld aan de afgrondrand
en smelt zij tot een lege armoehand.
Kan ik me troosten met de ultieme hoop dat de toekomstmensen
MM zullen zien als de dood van een oude martelaar, over tweeduizend jaar?

2016 Pleziertocht

Ik zie het als een muur.
Ervoor ben ik plezierig, eenmaal erachter en ik word oud en zuur.

Maak met je mondje
mijn wazige weg zuiver, want jij ziet het helder, zo klaar als een klontje.

2015 Versterving

We zijn elkaar een beetje uit het oog verloren
en weten van elkaar niet hoe wij de tijd doden.

We herinneren ons zoveel en vragen ons af: waarom?
en horen plots de wind tegen de bloem zeggen: daarom.

2014 Open op zon- en regendagen

Als na de droeve winterdagen het zonneken lacht als een schavuit,
dan moet ik mijn vreugde voortvertellen en word ik een vogelken dat fluit.

Als op een vroeglijken lentedag zing ik het van de daken en kweel:
het zonneken staat weer op vandaag, en straalt als een kostbaar juweel.

2013 Winterprik

De wereld verstopt zich onder een wit deken,
maar grote mensen houden van stoepen schoonvegen.
Kinderen vechten in heuse sneeuwbaloorlogen,
de natuur wordt onrustig, wil beginnen zogen.

Het ijs kraakt, zet zich schrap,
ongeduldig om te kabbelen, kab, kab.
Wachtend op de eerste lentestralen
die de kristallen uiteen laten vallen.



Terug naar boven

Foto









Site map         Contact               Geschriften            Gedachten

Foto Foto


© EYGEN-BOEKEN.be    Online sinds 25/05/2012      Alle rechten voorbehouden
Versie 9.1          Page update 26/01/2021