Kris' gedichten van mei

Foto

2020 Ff knallen met ivoren biljartballen

Als we op 2 mei twintig zes het ja-woord hadden gegeven,
dan waren we nu veertien jaar getrouwd geweest.
En als de wereld niet voor dat vieze virus zat te beven,
hadden we in twintig twintig gegarandeerd gefeest.

Al maanden zitten we op ons liefdeseilandje te zuchten
en koken we ons eigen potje elke dag als bezeten gekken.
We vragen ons af: wanneer mogen we wegvluchten
naar bezienswaardige oorden en godvergeten plekken?

Ellendige poetsmanieren hebben ons steevast geleerd
dat we moeten nadenken over toekomstige levensdoelen.
Maar wij gaan door en zijn uitermate gemotiveerd
want er gaat niets boven wat wij voor elkaar voelen.

2019 Dit zijn ze nu, mensen

Bemoeizieke regering buigt zich gretig en praatgraag
over mensen die vitten.
Denken doe ik veel te traag,
voel in mij een omkering: alles grondig omspitten.
Och God toch, beknot door mensenmacht.

De goeie ouwe oertijd zit in mij vastgebakken,
voel me een mens met godsspraak
kan ten volle fikfakken,
tel hoeveel koppen ik splijt, met weinig kans op weerwraak.
Goedendag, de brute natuurkracht.

2018 Zo ben je voor altijd mooi

Surf zorgeloos vanuit je waterbed
en deel roemrijke citaten op het web.

Ga onlaain, klik hartig het mijn en dijn
en door elkaar te laaiken komen we op één lijn.

2017 Kurk (EYGEN-BOEKEN 2012-2017)

slurp, lurk,
burp, snurk.

2016 Liebelei (flirt, amourette)

Een kind gooit een steen
om hem te laten ketsen, maar hij zinkt meteen.
Om zijn tijd te doden doet opa dat na
en de steen wipt, o-lala.

Kind noch opa zijnde misdraag ik mij als volwassene,
heb spijt van gemiste kansen
en doe het beste
om mooie herinneringen aaneen te flansen.

Leve de betrekkingen, het pleit is beslecht,
stop donquichotterie,
doe niets ondoordachts, buiten echt
relatie.

2015 Zo goed en zo kwaad als het gaat

De koude wind plaatst me in de poolvlakte
en een rauwe kreet krijgt gestalte
in een draak
die ruikt naar drek.

Het schelle geluid van een haan die kraait
transporteert me naar een andere tijd
en ik keel alsof iets me openrijt,
nee, iemand die me van de weg maait.

Het gelui van de kerktorenklok
werpt me languit in een mooi vergezicht
en ik merk hoe de bermlamp de natuur oplicht,
terwijl de wereld kiemt tot in de nok.

2014 Een scheet en acht knikkers

Jaar na jaar maken wij
ons nestje klaar
als een getrouwd paar,
als vogels in mei.

Nu en dan zijn wij
gefrustreerd of machteloos,
al dra niet meer boos
en leggen een groot paasei.

Mijn koningin van de nacht
breekt pas 's middags door,
beschijnt mij vanachter en vanvoor,
werpt alle negen en geeft acht.

2013 Zonder handen

Als ik moest kiezen uit twee kattige poesjes, zes rondborstige roodborstjes,
negen fokkende konijntjes en twaalf bokkende geitjes
zou ik zonder twijfel passen.

Ik zou gaan voor niet minder dan
zeven jaren met jou overwinteren
en wachten op de lente.



Terug naar boven

Foto









Site map         Contact               Geschriften            Gedachten

Foto Foto


© EYGEN-BOEKEN.be    Online sinds 25/05/2012      Alle rechten voorbehouden
Versie 9.1          Page update 25/01/2021