B E S T E L    D E    B O E K E N    V A N    K R I S    E N    A B O N N E E R    J E    O P    H E T    T I J D S C H R I F T    V A N    H U B E R T :    W E I R D O'S

Volkstaal

In de regel


Hanteer taalregels niet klakkeloos. De regels van de Nederlandse taal, taaladviezen en schrijftips zijn handig als leidraad. Want taal is persoonlijk en levend, en voortdurend in verandering. Maak gebruik van de adviezen die jóu helpen, laat je niet in een keurslijf dwingen en blijf aan je lezer denken.
Oefen je in het beschrijven van taferelen. Maak een korte beschrijving van ongeveer honderd woorden van een tafereel dat je op straat ziet. Kies daarbij een dominante indruk. De details die je in de beschrijving opneemt, moeten de dominante indruk ondersteunen. Een andere vingeroefening: ga naar een plaats waar je nog niet eerder was en probeer als een fotograaf het meest karakteristieke in een snapshot te vangen.
Schrijf spontaan. Als je begint met je schrijfwerk concentreer je je helemaal op de inhoud. Maak je geen zorgen over spelling, grammatica en correcte zinsneden, dat komt allemaal later wel. Het gaat nu vooral om iets 'spontaan' te formuleren in je eigen bewoordingen en je gedachten de vrije loop laten. Al schrijvende kunnen zo weer nieuwe ideeën ontstaan.
Geef voorgeschiedenis voor ieder personage met mate. Beschrijf hun maniertjes en gewoontes. Laat zien hoe ze gevormd zijn door hun achtergrond. Contrasteer hun goede eigenschappen met de slechte kanten. Geef tegenstellingen en tegenstrijdigheden aan. Stel voornemens tegenover werkelijke daden. Vloek zoals het karakter van het personage het je ingeeft: verdorie, verhip, godverdomme, shit.
Zorg voor een goed leesritme. Korte zinnen mogen. Gebruik metaforen en vergelijkingen, maar gebruik synoniemen met mate. Creëer levendige beelden, beschrijf geuren, boots klanken na. Zet alledaagse dingen tegenover extreme handelingen en geef verschillende meningen en manieren van praten weer.
Schrijf verzorgde spreektaal. Spreek de lezer direct met u of je aan. We of ik, dat is de schrijver. De alinea is belangrijker dan de zin. Begeleid je mededelingen met ondersteunende zinnen. En cursiveer met mate; de eerste keer cursief, daarna enkel met hoofdletter. Gebruik met mate flashbacks. Geven ze een verklaring voor iets wat later is gebeurd maar wat de lezer al wist, is er sprake van een contrast of heeft de flashback een andere functie?
Vermijd bijvoeglijke naamwoorden zoals in: zei hij dreigend. Vermijd ook overbodige bijwoorden, niet: hij deed de deur stevig dicht. Vermijd ook zelfstandige naamwoorden zoals gebeuren, plaatsvinden, voordoen, doen, maken. Vermijd voorwaardelijke wijs; 'Zou’ is de voorwaardelijke wijs van zullen.
Gebruik komma's met mate; voor en/of na woorden of zinnen die niet tot eigenlijke zin behoren, bij opsommingen, tussen adjectieven, bij een beknopte bijvoeglijke zin, bij een uitbreidende bijvoeglijke zin, bij een beperkende bijvoeglijke zin en bij losse zinnen. De komma tussen twee werkwoorden kan weggelaten worden.
Gebruik puntkomma's om samenhang te benadrukken. Een puntkomma gebruik je als je een samenhang tussen twee zinsdelen wilt aangeven. Je zou de puntkomma kunnen beschouwen als een compromis tussen komma en punt. Je sluit een mededeling af én geeft aan dat er mededeling volgt die samenhangt met de vorige. De rust die de lezer neemt duurt iets langer dan bij een komma. Marie is dol op brood en op de bakker; ze stapt dan ook dagelijks bij de bakkerszaak naar binnen.
Gooi hoofdstukken om om het verhaal sterker te maken. Door alinea's te verplaatsen, werp je een frisse blik op je schrijfwerk. Trek woorden die bij elkaar horen niet uit elkaar. Staan ze te ver uit elkaar, dan stokt de blik van de lezer: er is iets aan de hand met die zin... Zo horen lidwoord en zelfstandig naamwoord bij elkaar, net als de werkwoordsdelen. Een oplossing is vaak van één zin twee zinnen maken. De voor het boek benodigde omslag. Beter is: De omslag die voor het boek nodig is.
Vermijd onnodige koppeltekens en beletseltekens, ofwel de drie puntjes aan het eind van de zin. Gebruik er drie (en niet vier of meer) en alleen als ze een functie hebben: bij een pauze of onverwachte wending, als de lezer zelf een gedachte of taboewoord moet invullen of om spanning op te roepen. Toen ging de deur open... Vermijd botsende voegwoorden zoals dat, als, omdat. Vermijd dubbele ontkenningen.
Vermijd clichés en flauwe woordspelingen. Haar lange haar viel als een blonde waterval over haar rug en ze lachtte haar prachtige witte tanden bloot. Die zin bevat clichés (blonde waterval, witte tanden) die zo ontzettend vaak voorkomen in teksten, dat geen lezer er meer warm of koud van wordt.
Vermijd lijdende zinnen. In lijdende zinnen blijft vaak onduidelijk wie iets doet en bovendien maken ze de formulering omslachtig. Actieve zinnen lezen over het algemeen prettiger. Het manuscript werd grondig gecorrigeerd door de redacteur. Beter is: De redacteur corrigeerde het manuscript grondig. Niet: het lichaam werd gedragen door jan en alleman. Beter: Jan en alleman droegen het lichaam. Zoek vervoegingen van worden.
Vermijd naamwoordstijl. Het vervangen van een zelfstandig naamwoord door een werkwoord leidt ertoe dat concrete gebeurtenissen worden voorgesteld als abstracte verschijnselen. Het schrijven van het boek door de auteur vergde veel tijd. Beter is: De auteur had veel tijd nodig zijn boek te schrijven.
Vermijd te lange zinnen. Het is prettig dat je als lezer snel weet waar het om gaat. Soms moet je echter heel lang wachten op de ontknoping: de kern staat helemaal achterin de zin. Mogelijke oplossingen zijn de kern van de zin naar voren halen of van de lange aanloop een afzonderlijke zin maken. Een heel lange zin van honderd woorden is niet altijd moeilijker te lezen dan een kortere van dertig woorden. Het gaat vooral om de opbouw van de zin, de ordening van de woorden. Als die goed is, kun je een zin bij wijze van spreken zolang maken als je nodig vindt. Te veel tussenvoegsels en bijzinnen tussendoor leiden de aandacht alleen maar af.
Vermijd typische schrijftaal. Sommige mensen bezigen in hun teksten onvervalste schrijftaal. Zij doen dit omdat het zo hoort, omdat ze niet anders gewend zijn of om indruk te maken met officieel taalgebruik. Typische schrijftaal, waarin regelmatig gebruik wordt gemaakt van ouderwetse woorden als sedert, nochtans en tevens, kan nogal geforceerd en afstandelijk overkomen. En dat bevordert de leesbaarheid niet.
Vermijd vage uitdrukkingen. In de spreektaal heb je vele mogelijkheden om je vaag uit te drukken. Wat ons betreft zijn in de schrijftaal zulke vaagheden taboe. Ik heb zoiets van… , naar jou toe, ermee omgaan, ergens vind ik dat, stukje, gebeuren, jakkie, het moge duidelijk zijn, in principe, ergens aan gaan werken, ik beleef dat heel anders, daar ben ik nog niet helder over, de met de aan het..., met betrekking tot, weet je.
Pas op met werkwoordelijke eindgroep. Aan het eind van een zin krijg je soms een opeenstapeling van werkwoorden. De combinaties met die werkwoorden lijken eindeloos. Regel: in de werkwoordelijke eindgroep moeten de hulpwerkwoorden altijd bijeen blijven. Het voltooid deelwoord (hier 'uitgevoerd') staat ervoor of erachter. De andere mogelijkheden zijn fout. Tip: zet het voltooid deelwoord altijd voorop, dan is het nooit fout. Daar geven we in de spreektaal trouwens ook de voorkeur aan... Dus: Ik verneem dat het project uitgevoerd zal kunnen worden. Ik verneem dat het project zal kunnen uitgevoerd worden. Ik verneem dat het project zal uitgevoerd kunnen worden. Ik verneem dat het project uitgevoerd zal kunnen worden. Ik verneem dat het project zal kunnen worden uitgevoerd.
Loop je tekst eens na met de zoekfunctie van je tekstverwerker. Zoek worden, word, wordt, werd, hebben, heeft, had enz. Zou de tekst niet beter leesbaar zijn als je deze hulpwerkwoorden (regelmatig of soms) zou vervangen door een actieve tijd? Ook leuk is 'ook' zoeken. Echt zo'n woordje dat veel auteurs ongemerkt veel gebruiken. Bedenk zelf andere stopwoorden die jij bezigt en die je uit de tekst kunt gooien.
Laat je boek nalezen door een of twee mensen die je vertrouwt als jouw redacteur en laat ze commentaar geven. Of leg het een tijdje weg en probeer het dan als een objectieve lezer te lezen. Schrap wat te veel is. De tweede versie is de eerste min 10 procent.
Stuur een persbericht om mensen op de hoogte te brengen dat je een boek verkoopt. Of ga op boekenmarkten staan. Hang berichten uit in de verenigingen die je frequenteert. Je bent als auteur zelf de beste ambassadeur van je boek.

°


Terug naar boven


Hanteer taalregels niet klakkeloos.

Schrijf spontaan.

Oefen je in het beschrijven van taferelen.

Laat je gedachten de vrije loop.

Gebruik met mate:
voorgeschiedenis personages,
komma's, synoniemen, cursief, flashbacks.

Gebruik metaforen, vergelijkingen en
puntkomma's om samenhang te benadrukken.

Schrijf verzorgde spreektaal.

Spreek de lezer met u of je aan.

Zorg voor een goed leesritme.

Korte zinnen mogen.

De alinea is belangrijker dan de zin.

Begeleid info met ondersteunende zinnen.

Als de opbouw van de zin goed is,
kun je een zin zolang maken als je nodig vindt.

Vermijd tussenvoegsels, dubbele ontkenningen,
bijzinnen, clichés, flauwe woordspelingen,
koppeltekens, beletseltekens, stopwoorden, 'ook'.

Vermijd bijvoeglijke naamwoorden
zoals in: zei hij dreigend.

Vermijd overbodige bijwoorden;
niet: hij deed de deur stevig dicht.

Vermijd zelfstandige naamwoorden
zoals gebeuren, plaatsvinden, voordoen.

Vermijd voorwaardelijke wijs;
'Zou’ is de voorwaardelijke wijs van zullen.

Vermijd botsende voegwoorden
zoals dat, als, omdat.

Vermijd lijdende zinnen;
niet: de bal werd geschopt door de voetballer.

Vermijd naamwoordstijl;
niet: het schrijven van het boek vergde tijd.

Vermijd typische schrijftaal
zoals sedert, nochtans en tevens.

Vermijd vage uitdrukkingen:
Ik heb zoiets van, ergens vind ik dat,
het mag duidelijk zijn, in principe,
met betrekking tot, weet je.

Trek samenhorende woorden niet uit elkaar;
niet: de voor het boek benodigde omslag.

Hulpwerkwoorden in werkwoordelijke eindgroep
horen samen. Zet voltooid deelwoord voorop.

Vervang hulpwerkwoorden zoals worden,
word, wordt, werd, hebben, heeft en had.

Durf hoofdstukken en alinea’s te verplaatsen.

Durf schrappen.

Laat je boek nalezen. Leg het even weg
en herlees het objectief.

Stuur persbericht naar krant, tijdschrift.

Ga op boekenbeurzen staan.

Hang berichten uit in bieb en vereniging.

Wees ambassadeur van je boek.
eygen

Site map         Contact               Geschriften             Gedachten

facebook facebook


© EYGEN-BOEKEN.be    On-line sinds 25/05/2012      Alle rechten voorbehouden
Versie 8.0          Page update 13/07/2017 15:50


B O E K E N    V A N    K R I S    V A N    E Y G E N    U I T G E G E V E N    D O O R    L E C T U R I U M    (FreeMusketeers)