B E S T E L    D E    B O E K E N    V A N    K R I S    E N    A B O N N E E R    J E    O P    H E T    T I J D S C H R I F T    V A N    H U B E R T :    W E I R D O'S

Kris' gedachten van augustus

2017: Self balancing scooters


Foto Een mens moet er al eens uit, al is het om boodschappen te doen. Hoe ga je dan? Wandel je? Loop je? Ren je? Of neem je een vervoermiddel? Een fiets of een step? Ik ga ervan uit dat je aan je gezondheid denkt en dus op eigen kracht probeert je te verplaatsen van A naar B, tenminste als A niet zo heel ver van B ligt, laten we zeggen drie à vier kilometer. Dus je neemt niet de auto, ook niet de brom- of motorfiets. Geen trein, tram noch bus.
Levenslang is de motorfiets mijn favoriete vervoermiddel geweest. Nu ik wat ouder ben wil ik de auto op de eerste plaats zetten, hoewel het verkeersreglement een doorn in het oog blijft. De fiets van mijn pa brengt me op plaatsen die voor een auto onbereikbaar zijn. Voor mijn werk kan ik echter niet zonder de trein, omdat mijn werkgever op 90 km van mijn huis is gevestigd en de snelwegen ernaartoe vol zitten. Met een crossmotor zou ik overal overheen kunnen springen, maar dat doe ik beter op een niet openbaar terrein.
Alles goed en wel met sport en spel, maar hier wil ik me beperken tot verplaatsingen die nodig zijn om te overleven. Ik kan een sneeuwscooter op wintersport huren, maar voor een Lap kan dat een levensbelangrijk apparaat zijn. Dus ik weet dat ik me op glad ijs waag.
Ik rijd op mijn fiets naar winkels in de binnenstad; ik woon aan de buitenkant van Hasselt, dus meer dan twee kilometer kan dat niet zijn. Met de auto rijd ik naar het huis van mijn moeder in Kinrooi. Ik doe daar zeker 50 minuten over, wat overeenkomt met 50 km. Met een elektrische fiets zou ik die afstand gemakkelijk kunnen afleggen, maar de zin ontbreekt me. Ook het weer en de vervelende hellingen van bruggen en heuvels zouden mij het leven zuur kunnen maken. Zoals gezegd neem ik de trein om minstens 100 km ver te rijden, naar de kust bijvoorbeeld. Het vliegtuig neem ik wanneer ik me meer dan 1000 km moet verplaatsen, maar ik ben al met de motorhome tot in Benidorm gereden, en dat was ongeveer 1850 km.
Ik gebruik de motorhome zo’n viertal keren per jaar, dat wil zeggen dat ik even elders wil vertoeven, waar ik eigenlijk niet moet zijn, maar misschien kan ik er wat opsteken zodat mijn prangende vragen over hoe de wereld in elkaar zit gemakkelijker te beantwoorden zullen zijn. Ik kan er in slapen, een potje koken en op het potje zitten. Geweldig detail: achteraan reizen twee fietsen mee. Dat opent perspectieven, want wie wil er niet eens met zijn eigen fiets door de binnenstad van Trier rijden, zo’n 220 km van je huis dat niet op wielen staat.
Waar ik wil toekomen is niet een of andere exotische bestemming. Stel nu eens dat mijn werkgever me vraagt om niet in het Belfiusgebouw aan het Rogierplein te komen werken maar in het hoofdgebouw van IBM in Evere. Hoe zou ik me dan vanuit het Noordstation daarnaartoe verplaatsen? Ik zou een vélo kunnen huren, of een elektrische auto. Veel mensen hebben besloten de afstand tot hun bedrijf te overbruggen met een uitklapbare fiets. Tjonge jonge, wat een gezeul. Voor die mensen staat het vrij om een Airwheel scooter, een Ninebot of een Segway te kopen, maar ik denk dat ik me zal toeleggen op het minutieus besturen van een Hoverboard. In de Media Markt stond een exemplaar dat ik mocht uitproberen. Met een beetje hulp van mijn vriendinnetjes was ik er in enkele minuten mee weg. Ik weet niet hoe het me zal vergaan op een schots en scheef voet- of fietspad, maar op de waterpasvloer in de Media Markt ging dat ontzettend goed vooruit.

2016: Gebrom


Foto Als ik het woordenboek mag geloven betekent het woord drone allereerst gegons, gezoem, gesnor of geronk. Ik kan op een eentonige manier iets opdreunen, of ik zou een hommel kunnen nadoen, maar nietsdoeners, klaplopers, leeglopers en luilakken zullen zich gegarandeerd erdoor aangesproken voelen. Ten slotte kan ik ‘drone’ gebruiken om een radiografisch bestuurd vliegtuig te benoemen. Die betekenis belangt mij hier nog het meeste aan.
Ik weet niet meer wanneer ik voor de eerste keer over een drone hoorde spreken. Misschien was het in 2011 via de tv-serie Homeland. Zeker is dat de Amerikanen in januari 2009 met behulp van een militaire drone twee Al-Qaida terroristen evaporeerden (in de lucht bliezen), toevallig 100 jaar na de geslaagde 12-secondenvlucht van de gebroeders Wright. Aan het einde van de eerste wereldoorlog, produceerde Orville Wright samen met Charles F. Kettering een onbemand vliegtuig – de kettering bug – dat de Amerikanen wilden inzetten om Duitse steden te torpederen. Maar toen ze goed en wel in productie konden gaan, was de oorlog al gedaan.
Tijdens de tweede wereldoorlog vernietigden Amerikaanse Aphrodite-drones – ook vliegende bommen – Duitse V1-raketbases in Calais. Piloten moesten de kisten in de lucht brengen, waarna ze per parachute afdaalden. Het was een gevaarlijke klus en menig piloot liet er het leven bij. In de oorlog tegen Vietnam bespioneerden de Amerikanen hun vijand met gesofisticeerde drones. Pas na de aanslagen van 11 september 2001 begonnen ze ermee terroristenhaarden her en der te bestoken. Meer en meer landen zetten nu drones in om de veiligheid van hun burgers te garanderen tijdens manifestaties, festivals en andere feesten.
Niet alleen in de militaire wereld maakt de drone zijn opgang, het toestel heeft zeer zeker een toekomst in de commerciële wereld, bijvoorbeeld bij het verdelen van on-line bestelde pakketten. De drone is zelfs doorgedrongen in de speelgoedwereld. Ik heb voor mijn 56ste verjaardag een Quadcopter gekregen. Het speeltuig heeft zijn eigen wifi waarmee ik real-time luchtbeelden naar mijn iPhone kan verzenden. Ik kan ermee head- of headless vliegen, maar ik heb in beide gevallen zeer zeker mijn hoofd nodig.
Via de camerabeelden zie ik in de headmode waar vooruit, links, rechts of achteruit is, maar de hoogte is moeilijk in te schatten. Met het draaien rond zijn as bepaal ik de vliegrichting van de drone, maar in de headless mode hoef ik slechts de beweging ten opzichte van de afstandsbediening bij te houden. Het lukt me niet dit snel onder de knie te krijgen, ook omdat het 130 minuten duurt om de batterij op te laden, terwijl een vlucht maximaal 6 minuten duurt. Ik zal me enkele reservebatterijen moeten aanschaffen en het is dan ook een groot pluspunt dat ik elk onderdeel van de drone apart kan bestellen.
Als kind had ik graag een drone gehad. Als twintiger wilde ik een synthesizer bespelen. Beide toestellen zijn me op mijn laatste verjaardag in de schoot geworpen. Je zult je afvragen: vliegen en muziek maken, zijn dat louter nutteloze bezigheden van een man die te veel vrije tijd heeft? Misschien, maar het zijn zeer zeker pogingen om creatief bezig te zijn. Ze helpen niemand anders vooruit in deze wereld, behalve mezelf. Normaal ben ik slechts een minuscuul onderdeel van de tijdruimte en besta ik slechts een fractie van de ruimtetijd, maar door mijn brein opdrachtjes te geven, slaag ik erin mijn kundigheid op allerlei gebieden aan te scherpen. Ik wil mijn leven niet minimaliseren, maar deze bezigheden geven zin aan mijn zandkorrelbestaan. Zo zal ik tot de dood de tijd doden zonder te brommen.

2015: Overblijfselen


Foto In 1998 begon ik met het lezen van De Laatste Bazuin, geschreven door de Amerikaanse schrijvers Jerry B. Jenkins en Tim LaHaye. Een grote groep christenen verdwijnt gewoon van de aardbodem, je zou dan kunnen zeggen dat ze zijn opgenomen in de hemel. Hun aantal verwijst naar de Bijbel, want 144.000 mensen zullen bij de herschepping de nieuwe aarde gaan bewonen. Sommige achterblijvers trachten de vrede te herstellen en de naties te stabiliseren, maar de leider van die groep, de president van de verenigde naties, blijkt niemand minder dan de antichrist te zijn. Tegenover die verdrukkingsgroep komt een bevrijdingsfront te staan, met als belangrijkste leden een piloot, zijn dochter, een pastoor en een journalist. Zij willen de waarheid uitbrengen en de bevolking een tweede kans geven om alsnog als christen in de hemel opgenomen te worden.
Het idee achter het verhaal, gebaseerd op de Bijbelboeken Openbaring, Daniel, Jesaja en Ezechiël, intrigeerde me. Deel na deel verslond ik alsof het eten en drinken was. In 2004 las ik het twaalfde deel. Ik weet niet meer hoe het verhaal afliep, ik weet wel nog dat er veel actie in de boeken zit, en dat ze onderhoudend geschreven zijn. In 2008 kwam een dertiende deel uit, wellicht om het ongelukkige van de zaak te onderstrepen, maar dat heb ik niet gelezen. Geen probleem, want boeken worden verfilmd. Filmproducenten hadden immers genoeg materiaal om er regelrechte actiefilms van te maken. Drie films kwamen uit de bus: Left Behind The Movie (2000), Tribulation Force (2002) en World At War (2005). Ik heb ze niet gezien.
In 2014 kwam er een nieuwe versie van Left Behind uit, waarin mijn favoriete acteur Nicolas Cage de rol speelt van de piloot die zich opwerpt tot redder van de mensheid. Die film heb ik ook niet gezien, maar ik zal hem zeker op dvd kopen en hem aan mijn verzameling toevoegen. Ik weet niet of het mijn ouderdom dan wel de montage van de moderne film de oorzaak is van mijn mindere aandacht voor de bioscoop. Ik kijk naar films en series op tv, maar hoe langer hoe meer zie ik de beelden door de film niet meer, cfr de bomen en het bos. Filmmakers zouden beter niet hun product omtoveren tot een tekenfilm.
Op een dag in juli zag ik in het tv-blad dat de Amerikaanse serie The Leftovers de Belgische buis had gehaald. De titel deed me denken aan etensresten of overschotjes voor de volgende dag. In de beginscène van de pilootaflevering zie je een baby uit zijn kinderzitje in het niets oplossen waardoor de moeder hysterisch om hulp begint te roepen. Die onrustbarende verdwijning deed bij mij een lampje branden. In de volgende scene zie je een kleine jongen wenen omdat hij zijn vader kwijt is; even daarvoor duwde hij nog een winkelkar voort, maar die stoot nu stuurloos tegen een afvalbak. Toen op de achtergrond twee auto’s botsten legde ik ineens een verband met de plotse verdwijningen van mensen in de boeken over De Laatste Bazuin.
In de volgende afleveringen verschenen kettingrokers in witte kleding en jagers die razende honden neerknallen op het toneel. Ik twijfelde over het verband met de boeken, maar het internet bracht soelaas. The Leftovers is gebaseerd op een boek van Tom Perrotta, die samen met de bedenker van Lost, Damon Lindehof, het intrigerende relaas vertelt van de achterblijvers die zich afvragen waarom 140 miljoen anderen, waaronder ook criminelen, zijn verdwenen. Hoe voelen die overblijvers zich? Je ziet dat ik ook als kijker met vragen achterblijf, bovendien zit ik nog met vragen over de serie Lost waarvan het laatste seizoen niet voor alle raadsels antwoorden heeft gegeven. Mysterie stapelt zich op mysterie. En mijn leven had toch zo simpel kunnen zijn.
Ik weet niet hoe mensen zich dan voelen, want het uitgangspunt, wezens die zomaar verdwijnen met of zonder kleren, is al ongeloofwaardig genoeg om af te willen haken. Maar toch brengen de belevenissen van de schuldige achterblijvers me aan het denken. Hoe reageer je als er iets gebeurt wat helemaal niet kan? Gaan niet-gelovers dan toch in God geloven? En laten zij dan nog steeds de kerk links liggen? En als kerken helemaal niet meer nodig zijn, waarvoor kunnen we ze dan gebruiken?
In een aflevering van Met Vier in Bed stelden enkele managers hun kerk in Mechelen voor die omgebouwd was tot B&B grand chic. Gelukkig zijn er in Mechelen nog genoeg kerken, maar ik kan me voorstellen dat ze in andere steden kerken afbreken. Nu hebben heel historische kerken het geluk dat ze toeristische trekpleisters zijn geworden, maar wat met de dorpskerken? Ik heb wat moeite met platgegooide godshuizen, ook al ben ik een ongelovige. De geschiedenis van het geloof en zijn instellingen is te groots om zomaar uit te wissen. We moeten respect blijven hebben voor het verleden. Hoe de mens was mogen we niet vergeten, en hoe hij is weten we maar al te goed. Nu nog ervoor zorgen dat hij in de toekomst de goddelijke dimensie van het bestaan blijft zien. Misschien kunnen we dat doen door in de ruimte te kijken en planeten te zoeken die ooit als uitvalsbasis kunnen dienen, bijvoorbeeld Kepler-452b, maar daarover meer een andere keer.

2014: Traag graag


Foto Sinds de mens het wiel heeft uitgevonden, heeft hij een notie van dingen die terugkeren naar hun oorspronkelijke stand, niet staat. De aarde draait rond zijn as. Ze cirkelt ook rond de zon. De sterrenhemel roteert en sterrenbeelden keren terug. Vergeleken met de snelheid waarmee die hemellichamen wentelen, is mijn snelheid zo goed als verwaarloosbaar. Met een slakkengang beweeg ik me van hier naar daar. Een slak neemt zijn huisje mee en hoeft dan niet meer terug. Hij is voortdurend op weg. En op zijn eigen tempo.
Terwijl ik wandel, houd niets me tegen, behalve een waterloop zonder brug of overzetbootje. Terwijl ik fiets, ken ik geen hindernissen, behalve een gracht of slagboom. Met de auto of op de motorfiets rijden gaat probleemloos als ik de verkeerslichten en verkeersdrempels even wegdenk. Vliegen doe ik niet zo graag, want er is niets zo triest als uit de azuurblauwe hemel geschoten worden door luchtafweergeschut terwijl je euforisch maar onwetend naar je vakantiebestemming vliegt over landen in oorlog.
Van verkeerslichten op minder drukke kruispunten komt de overheid terug. Ze bouwen ze af in de hoop dat de verkeersdeelnemers vanwege het gebrek aan sturende rood-groen-oranje lampen alerter voor elkaar zullen zijn zodat ze minder brokken maken. Ondanks de verkeersremmende installaties moet alles sneller gaan. Mensen rennen her en der, staan nog amper stil bij de dingen die ze doen. Almaar ijveriger worden ze, ook vanwege de snelheid waarmee ze communiceren. Ik bestel via internet op een Canadese site zekeringen voor mijn 34 jaar oude motorfiets en verwacht dat ze met de boot komen, maar ze komen warempel aangevlogen. Ik volg hun traject via mail en drie dagen later worden ze aan mijn deur afgeleverd.
Onze vrije tijd besteden we meer en meer aan minder noodzakelijke bezigheden. We dwingen ons het rustig aan te doen, te genieten van het leven, terwijl de helse tredmolen verder draait. We zoeken sensatie op in pretparken en laten ons in achtbanen en gelijkaardige tuigen rondzwieren als vuile was. Geef mij maar een gezapige omwenteling in de pagode op het terrein van De Efteling. Het sprookjesbos is een verademing ook al is dit het oudste deel van het park. Het monument ter ere van de bedenker Anton Pieck fascineert me omdat de zwierige hoofdletter E ook op die bevoorrechte plaats in mijn naam prijkt. Een minuut stilte is hier op zijn plaats.
Het vergt kracht om me weer in beweging te brengen. Gelukkig heb ik niet veel massa en even later ben ik een object dat liever in beweging blijft. Ondertussen smelt het ijs van de gletsjers gestaag. Rivieren drogen op en monden niet meer uit in wereldzeeën. De Monarchvlinders verplaatsen hun jaarlijkse trektocht naar warmere oorden. Amazonebewoners bouwen een verdieping bij om aan het hoge waterpeil te ontsnappen. De grote trek van de gnoes over de Serengeti blijft uit omdat er niet genoeg regen valt. We weten dat we het klimaat veranderen en toch komen we nauwelijks in beweging. Wrijvingen verminderen onze snelheid. De wet der traagheid.
Niet zo traag als de slak is de schildpad. Bovendien is die dierensoort recordhouder wat betreft de verwachte levensduur. Hoe minder ik eet, hoe trager ik functioneer, hoe langer ik leef. Alleen jammer dat ik niet meer zo goed hoor. Mensen moeten trager spreken, articuleren. Ik vind ook dat ik trager zie, want het bijstellen van mijn stijve lenzen gaat langzamer. Mijn bioritme vertraagt en zal uiteindelijk stilvallen. De ultieme traagheid die ik ooit zal ervaren is sterven.

2013: Ik doe het met jou


Foto Het probleem is zo oud als de wereld. De mensen lopen van hot naar haar als kuikens zonder kop. Dat er te veel verschil in meningsuiting is, weet iedereen. Dat daardoor ruzies en oorlogen ontstaan, is algemeen geweten. Dat er geen goed noch kwaad bestaat, dat wil niemand zomaar aannemen. Dat mensen alles doen om geld te verdienen, tenminste om hun leven te vergemakkelijken, dat is zeker. Ik neem allerlei aardbewoners onder de loep via de tv en zie hen ongelooflijke dingen doen. Commentaar weiger ik te geven, of het is binnensmonds en mompelend. Voor sommigen helpt religie, voor anderen is een sekseverandering nodig om zich goed in het vel te voelen. Waar zijn we mee bezig? Zouden we niet beter aan contemplatie doen dan de hedonist uit te hangen?
Ik heb de neiging te denken dat de wereld zou draaien zoals het hoort als iedereen was zoals ik. Maar hoe hoort het? Hoe ben ik? Ik ben een dichterke, een schrijverke, iemand die met woorden speelt, jongleert en spreekt. De taal heeft veel mogelijk gemaakt. In feite alles, vraag het maar aan God, Allah en hun vriendjes. Sommigen gaan verder door woorden van het jaar te kiezen. De oude raken in de vergetelheid, maar ik sta erop ze uit te wuiven, met fanfare en majorettes.
Terwijl de aarde beeft en met onze voeten speelt, terwijl de fotonen van de zon ons niet alleen doen bruinen maar ons ook dreigen te roosteren, zijn we met niets anders bezig dan het invullen van wensen en dromen. Goed en kwaad gaan hand in hand, want wat voor de ene juist is, is voor de andere fout. Sommigen praten als papegaaien, velen blaten als onnozele schapen waar spreken nodig is. Anderen schrijven waar geen luisteraars zijn. Maar heeft schrijven zin als mensen niet lezen?
Met een tablet in de hand ga je door het hele land. Overal waar je komt ben je op de hoogte van het reilen en zeilen van je medemensen. Zo kun je online je mening afstemmen en je eigen verhaal maken. Zo heb ik dat ook gedaan. Waarom kan ik me dan niet van de indruk ontdoen dat de meeste mensen nog altijd dommer zijn dan het paard van Jezus Christus? Of is het de perceptie die me een rad voor ogen draait?
Ik 'doe' af en toe dom, maar dat doe ik in een poging me in te beelden hoe het is om je eigen staart achterna te lopen. Ik zal nu en dan ook zo dom ‘zijn’ als het achtereind van een koe, maar dat is een tijdelijk fenomeen dat, nadat ik alles weer op een rijtje heb gezet in mijn unieke maar gebrekkige brein, vanzelf weer overgaat.
Ik wil niet van de os op de ezel springen. Ik zeg wat ik wil. Ik ben vrij in mijn daden. Dat maak ik me wijs, want de mening van anderen bepaalt dikwijls de manier waarop ik iets doe. De meeste mensen volgen regels en doen daar niet moeilijk over. Waaghalzen en opscheppers lijken meer te voelen voor de extravagante kant van het leven en zoeken kicks op waarmee ze niet alleen zichzelf kwaad berokkenen maar ook anderen.
Iedereen doet het op zijn manier. Onze chemie, of hoe we in elkaar steken en wat we eten, bepaalt de dagelijkse gang. We voelen ons zo gezond als vissen, maar zijn zo koppig als ezels. Onze opvoeding die afhankelijk is van de inzet van onze ouders stuurt ons alle windrichtingen uit. En ons talent om te communiceren of de mogelijke communicatiemiddelen te beheren brengt ons op allerlei plaatsen. Ik heb altijd gedacht dat ik beter een monnik in de abdij van Orval was geworden. Nu zou ik eens willen voelen hoe een solitaire berenjager in de Rocky Mountains het leven registreert. Misschien is het leven nog leuker als een op jacht en visvangst aangewezen Congolees die op het dak van zijn hutje onder de blote hemel slaapt. Dan zal ik zo licht als een vogel zijn en zo blij als een hond met zeven pikken.

2012: Vakantie in een huisje


Foto Raymond van het Groenewoud heeft zalen doen vollopen en zalen doen leeglopen. Ik heb vakantiehuisjes geprezen en vakantiehuisjes afgebroken. Of het nu in Nederland, Frankrijk of eigen land is, aan de Kust of in de Ardennen, het zijn geen huisjes zoals je eigen huis, het zijn ronduit vuile huisjes. Spinnenwebben zijn bij aankomst alom aanwezig ook al heeft de vorige bezoeker 100 euro neergeteld om het bij zijn vertrek grondig te laten kuisen. Zijn er vrouwen in je reisgezelschap, dan is daarmee ook het hek van de dam. Schelle kreetjes maken duidelijk dat de aanwezigheid van de spinnendoder terstond en ter plekke gewenst is. Mannen kunnen ongedierte aan en praten er verder niet over. En dus blijven vrouwen zeuren over stinkende toiletten, koelkasten die niet genoeg koelen, badkamers die te klein zijn en matrassen die niet lekker liggen. De ligging van het vakantiehuisje is meestal perfect, maar het onderhoudspersoneel laat altijd steken vallen. Zonde, want tevreden klanten keren terug.
En toch, na een verblijf van enkele dagen lijkt het allemaal wel mee te vallen. Je geest stemt zich af op het huisje dat je bewoont. De pret kan bij tijden niet op, zeker als kinderen door kamers hollen en hun speelgoed ondersteboven halen. De afwasmachine levert ineens veel beter vaatwerk af, de spullen in de koelkast lijken plots diepgevroren, de vieze zetels zitten onverwacht goed en de buren maken merkelijk minder kabaal. Alleen het bed, dat blijft slecht en je gewrichten worden zodanig op de proef gesteld dat je erbij loopt als een knar van tachtig.
En toch, familie maakt alles goed. Hun humeur vijzelt het jouwe op en het leven is even mooier dan het lijkt. Even, want ruzies zijn nooit ver weg. Onverwacht slaat het noodlot toe en verwijten worden naar hoofden geslingerd alsof het waterballonnen zijn. Vakantie, het is me wat. Kindjes tevreden stellen is een karwei, maar oma zal alles wel in goede banen leiden. Er zijn meestal genoeg faciliteiten zodat je ze kunt bezighouden. De formule is goedkoop aangeprezen en aangenomen, maar het randgebeuren, het vertier is ronduit duur. Je krijgt niet altijd waar voor je geld. Daarom zou elke bezoeker van een vakantiepark, pretpark, zwembad, openluchtmuseum of ander kinderland zich voor de geest moeten houden dat geld er niet toe doet. Niet te veel nadenken bij wat je doet, doen zonder boe of bah, want achteraf is het altijd leuker dan je verwachtte. Ik kan dat getuigen, want mijn allereerste ervaring met een achtbaan, in de schoot van mijn vriendin, was in twee woorden een misselijkmakende breinverschuiving.
Terwijl ik voor de zoveelste keer de vloer keer, kijken de meisjes naar een kinderprogramma op tv over jongens die op de vuist gaan. De tv als venster op de wereld. Kinderen lijken het allemaal te kunnen relativeren. Misschien zijn ze wel gemakzuchtig en nemen ze alles vanzelfsprekend aan, toch komt het erg hard aan als ze hun middelvinger naar me opsteken.
En dus heb ik voor mezelf uitgemaakt dat op mijn tweeënvijftigste niets me nog meer bekoort dan ogen die me aankijken en waarin ik affectie herken, al zijn het die van mijn neefjes en nichtjes. Waar ik nog het meeste van hou is mijn reisgezelschap van hot naar her rijden in de zoomzoom of een andere vroemvroem. Het is niet het doel dat telt, het is de rit ernaartoe, wetende dat mijn handelingen nutteloos zijn, maar zeker niet zinloos.

°


Terug naar boven

Gezicht van augustus 2017

Foto

Michelangelo in Lelystad.

Gedicht van augustus 2017

Van B naar A


Vlieg de tijd resoluut voorbij,
versnel en maak verdorie vaart,
als een werkende hommelbij,
hop hop met dat ijzeren paard.

Meet je driftig met de wolken
die gestaag aan de hemel bewegen,
rijd naar enigmatische volken,
laat de aarde aan je voeten scheren.

Zoemzoem van avond- tot nachtbloem,
fiets met wervelwind in het haar,
fladder als een vlinder in het groen
van hot naar her, van hier naar daar.

Gezicht van augustus 2016

Foto

Speel eens een wilde klavier (wildzang).

Gedicht van augustus 2016

De dromer droont


Zet je gele muts op
terwijl anderen een rode dragen.
Lek aan je likstok,
meng oranjeroze suikerlagen.

Appels kleuren je landschap groen
terwijl je je spiegelt in het raam.
Geef het een onverbiddelijke zoen
of schiet purper uit je kraam.

Verscherp je zicht
met eygen creaties.
Dood je tijd, dicht
vol abbreviaties.

Een tuig dat rondvliegt,
bromt “geluk met je Odyssee”.
Een silhouet dat snort, klieft
je speelruimte uiteen, in twee.

Gezicht van augustus 2015

Foto

Zo vervallen, tiens, die abdij van Aulne nabij Thuin.

Gedicht van augustus 2015

Bijval


Bomen kalen, bladeren in vrije val.
De regen helpt wel even alles schoonwassen.
Maar de modder in de poel dan?

Mensen sterven, lijven in verval.
De overblijvers zullen ons geheugen wissen.
En de bloem op het graf dan?

Tranen vallen, kaatsend
licht biggelt en kromt de ruimte opzienbarend.
Maar de kinderen glimlachen stralend.

Gezicht van augustus 2014

Foto

Eindelijk platte rust.

Gedicht van augustus 2014

Vaarwel Chaos


Een oude vrouw in haar rolstoel
rijdt langzaam terug
naar het veilige rustoord.
Haar levensmoeë man haast zich niet
in de hoop samen aan te komen
bij de hemelpoort.

Een kleine jongen roept goedendag,
maar zijn grootouders
beginnen zich te verdrieten.
Als zombies haspelen ze hun leven af
tot ze stilstaan
om van het eeuwige leven te genieten.

Gezicht van augustus 2013

Foto

Een spijtige zaak die bril, maar je ziet meer.

Gedicht van augustus 2013

Voor paal staan


De media roept:
seks moet,
seks doet je goed,
of zet het je betaald.

Leve de zoekmachine,
welkom in poepland,
seks in clubverband,
facebookleuk en onbesuisd.

Jij weet wel beter.
Voortaan geen seks
maar respect en genegenheid
via mijn speelorgaan doorgesluisd.

Gezicht van augustus 2012

Foto

Plop doodop.

Gedicht van augustus 2012

Mysterie


Jij meent dat ik de kleur
van je mooie ogen niet ken
maar ik kan zelfs je radeloosheid voelen,
kijk mamma, met zonder handen.

Jouw zoeken zet
ingewikkelde raderen in beweging
en wanneer het dan zover is
voel ik de grond onder mijn voeten zakken.

Het is ergens daarbuiten.
Ik kan
er niet over zwijgen,
er is iets.

Iets dat de wereld doet draaien,
dat het leven doet ontwaken,
dat de hemel doet openen,
en dat het zijn doet worden.

eygen

Site map         Contact               Geschriften             Gedachten

facebook facebook


© EYGEN-BOEKEN.be    On-line sinds 25/05/2012      Alle rechten voorbehouden
Versie 8.0          Page update 29/07/2017 20:35


B O E K E N    V A N    K R I S    V A N    E Y G E N    U I T G E G E V E N    D O O R    L E C T U R I U M    (FreeMusketeers)