B E S T E L    D E    B O E K E N    V A N    K R I S    E N    A B O N N E E R    J E    O P    H E T    T I J D S C H R I F T    V A N    H U B E R T :    W E I R D O'S

Kris' gedachten van november

2017: Luisteren, kijken en praten


Foto Aanleiding tot dit schrijven is het hiernavolgende, optische fenomeen waarvan ik zelf de eerste getuige was. Ik keek tv. In een onbewaakt moment constateerde ik dat het tv-beeld flikkerde. In de veronderstelling dat de digicorder weer eens kuren had, wachtte ik tot het beeld zich herstelde. Dat deed het niet. Ik keek weg van het scherm en het kleurige geflikker in de vorm van een c ging mee. Toen ik mijn ogen sloot, was het er nog. Het zweet brak me uit. De c vergrootte, tot ze twintig minuten later achter mijn ogen verdween. Opluchting alom. Mijn vriendin gaf als mogelijke oorzaak het neveneffect aan van het spelletje dat ik even tevoren op mijn smartphone had gespeeld. Maar dat geloofde ik niet. De oogarts plakte er een naam op: oftalmologische migraine.
Ik zag dus iets wat er niet was. Mijn hersenen schotelden me een beeld voor dat niet echt was. En dat was de eerste keer van mijn leven. Ondertussen ben ik 57 geworden en moet ik geloven dat andere mensen dingen zien die ik niet kan zien en die er dus voor mij ook niet zijn. Hetzelfde geldt voor geluiden. Mensen horen niet alleen akelige geluiden, ze horen ook stemmen. Stemmen die hen misleiden, maar ook sturen. Met alle gevolgen van dien.
Ik heb nog nooit stemmen gehoord. Ik heb nog nooit buitenaardse verschijningen, religieus of niet, ervaren. Maar ze zijn er wel. Ze overvallen ons en we reageren ernaar. Mensen raken in paniek, of ze blijven rustig. Aan de ene kant is het goed dat we zo verschillend zijn, want door grote breinen boekt de mens vooruitgang. En zoals altijd zullen we innovaties zowel positief als negatief aanwenden. Aan de andere kant lijkt het me gemakkelijker als we op elkaar zouden lijken omdat we elkaar dan ook beter zouden begrijpen.
Maar de genen gaan waar ze niet kunnen lopen. Ze bestaan, ook al zien we ze niet. Zo zijn we in staat oude misdaden op te lossen door het DNA van verdachten te screenen. Ik ben er zeker van dat de technische recherche met de hulp van alle alerte Belgen de bende van Nijvel na meer dan 32 jaar zal oprollen. Rechters zullen de daders veroordelen en boontje zal om zijn loontje komen. Want gruwel is enkel voor dieren weggelegd.
Het zit achter de ogen en tussen de oren. Dat is zeker. Het brein maakt ons soms blaasjes wijs. Niet altijd, want het maakt ons ook het slimste, levende wezen op aarde. Als we nu nog leren praten op momenten dat zwijgen discussies lamlegt, dan zal de mens naar een hogere klasse evolueren, dan zullen we gegarandeerd moderne oplossingen voor oud zeer vinden.
Als er iets is wat ik zou kunnen doen om mijn steentje bij te dragen, dan is dat door mijn lezers over te halen het onrecht uit de wereld te helpen. Sta open voor het goede, maar ontleed ook het kwade. Hoor je medemensen uit, luister naar de stem van het collectieve geheugen. Communicatie zal volkeren bij elkaar brengen, hoe verschillend hun breinen ook werken of hoe vreemd ze zichzelf ook geprogrammeerd hebben. Het verstand zal zegevieren. Als we tenminste net voldoende emotie toelaten om de ruwheid van het bestaan af te vlakken.

2016: Het internet der dingen aan diggelen


Foto De pers spreekt van DDoS’en die het begin van het einde van het internet inluiden. Wat is een DDoS? Distributed Denial of Service. Hoewel een slimmerik al in 1974 voor het eerst op een vergelijkbare manier een Amerikaanse school heeft aangevallen, is het toch een verschijnsel van de eenentwintigste eeuw.
In oktober 2016 spanden een heleboel geïnfecteerde computers samen om een botnet te vormen die de website van het bedrijf Dyn – dat andere bedrijven met hun management helpt – zou doen crashen. Voor het eerst gebeurde dat met behulp van een leger beveiligingscamera's, thermostaten en babyfoons. Randapparatuur dat verbonden is met het internet stijgt gestaag en hun software zit vol gaten waardoor het voor hackers kinderspel is om ze tot echte surfers om te toveren. Het doelwit crashte en dat had veel effect omdat het een hosting site is, een thuis voor vele andere websites.
Het tijdelijk uitschakelen van een bedrijf dat belangrijke websites host, die dagelijks een massa transacties verrichten, kan de economie ergens in de wereld enigszins in de war brengen. Maar het internet volledig lamleggen lijkt me onmogelijk vanwege zijn wereldwijde vertakkingen. En hostingsites zullen hun servers verspreiden over meerdere landen. Dat betekent dat ze de bewegingen van hun bezoekers minder goed kunnen volgen, maar het geeft potentiële hackers weer wat speelruimte.
Het bedrijf dat mijn boekensite host, krijgt ook te maken met hackers en daarom gaat de deur al dicht wanneer ik me bij de eerste poging vergis met het ingeven van mijn paswoord. Maandelijks pas ik mijn boekensite aan en voeg wat commentaar toe zodat lezers weten wat ik zoal doe. Ik ben vooral bezig in mijn hoofd. Mijn vriendin vindt dat soms heel aantrekkelijk, maar andere keren wil ze me een schop onder mijn kont geven in de hoop dat ik weer hard op de grond terechtkom.
Mijn boeken verkopen niet, dat geef ik toe. Waarom doe ik het nog als ik er geen cent rijker van word? Ik probeer het vooral te doen zonder reclame. Mijn site is voor mensen die er toevallig verzeilen, verrast beginnen te lezen en even willen verpozen bij mijn breingymnastiek en mijn buitenaardse sympathieën. Ik ben analytisch van geest als het gaat over hoe iets in elkaar zit, maar in het dagelijkse leven ben ik een warhoofd. Zij zal dat beamen. Dat ik ‘ben’, dat ligt veel meer aan wat ik denk dan aan wat ik doe. Ik doe niet veel en ook dat zal ze graag bevestigen.
Toch doe ik het grootste deel van het huishouden en krijg alleen hulp van de stofzuiger en de afwasmachine. Haar elektrische vriendjes zijn de wasmachine en de droogkast. Onze computers zijn beveiligd en hackers zullen in ons huis geen slimme toestellen aantreffen om deel te nemen aan een botnet. Domotica lijkt me geweldig, maar als slimme apparaten de kuren van een doodgewone desktopcomputer krijgen, hoeft het voor mij niet meer. Het enige toestel dat ons ooit nog parten kan gaan spelen is de wekker in onze slaapkamer die het uur van een atoomklok via een satellietverbinding krijgt doorgezonden. Stel je voor dat hackers via paraboolschotels satellieten opnieuw programmeren tot ruimtelijk schroot dat ergens op aarde willekeurige schade berokkent door gewoon uit de lucht te vallen.
Raar voel ik me niet, maar ik weet wel dat ik een gekke kijk op de wereld heb. Weirdo’s zullen aandachtiger zijn voor de hersenkronkels van mijn broer, maar ik ben er zeker van dat we een publiek hebben dat voor ons zal applaudisseren, ooit. Zin in een experiment? Als je deze tekst hebt doorworsteld, geef dan een levensteken door een boek te bestellen. Dan weet ik dat ik dit niet voor niets doe. Anders zal ik de volgende keer moeten meedelen dat ik mijn website opdoek. Alleen samen kunnen we de volgende DDoS-aanval overleven.

2015: Het mijn en dijn


Foto Ik zou het kunnen hebben over de weergod die doet wat hij wil, die handenwrijvend, zich verkneukelend dus, probeert de voorspelling van de weerman niet uit te laten komen, hem te dwarsbomen. Ik gun hem dat plezier, maar voor een mens zoals ik is het leven draaglijker als de zon schijnt, want dan brengt de natuur kleur in de zaak, dan word ik blij van de schakeringen van groen, geel en blauw. Want ik heb genoeg van betongrijs in het halfduister. In oktober wilde het wolkendek maar niet boven onze hoofden naar andere oorden wegdrijven. En november zal ons gegarandeerd doen snakken naar wat verloren geschoten lichtstralen.
Ik zou het kunnen hebben over de Syrische vluchtelingen die Europa overstelpen, maar daar is al genoeg commotie rond. Mijn grote hoop is dat heel veel vredelievenden zich inzetten om die mensen op te vangen en ze een nieuwe levensstart te geven. Alleen jammer dat de armen van Syrië met de dood voor ogen gevangen blijven zitten in hun eigen land.
Ik zou het over Allerzielen en Allerheiligen kunnen hebben, maar Pietje de dood waart overal rond als een townloze clown. De dood loopt als een schaduw met me mee en wacht het beste moment af om het levenskoord boven mijn hoofd met zijn grote schaar door te knippen. Het enige wat ik kan doen is minder eten en met lichte tred het pad volgen, waarbij ik me bij elke volgende stap afvraag waar die me naartoe kan lijden, eh leiden. Vandaar dat ik me liever voordoe als een speelse pipo.
Over misverstanden en meningsverschillen hoef ik het niet te hebben, want die zijn er altijd. Toch lijkt het me logisch dat, ondanks onze verschillende inzichten en meningen, we langzaam naar de ultieme aardbewoners zullen evolueren, mensen die voldoende eten hebben, een huis bezitten en vrije tijd overhouden na hun afwisselende werk om zich te ontplooien tot wezens die individueel artistiek en inventief kunnen zijn en in groep begripvol en tolerant met hun medemensen omgaan.
Van medemens gesproken, zou het niet beter zijn dat ik het over mijn vriendin en ik heb? Tien jaar geleden gaf ik haar mijn eerste kus door 80% naar haar toe te neigen. Ons pad is sindsdien niet pijlrecht, zonder hindernissen en vlekkeloos, maar kronkelt over heuvels en door dalen voorzien van adembenemende vergezichten met links en rechts bossen geschilderd met een palet van herfstkleuren. Wij hebben iets dat we elk koppel toewensen: een dieper gevoel dat op respect lijkt en de indruk geeft dat de ene de andere beter kent dan zichzelf. Onze liefde houdt ons recht. Echt.
Waar ik het uiteindelijk wel over wil hebben is de oeverloze pogingen van mensen om zich uniek te voelen door over een behendigheid te beschikken die anderen ontberen, iets te bouwen wat anderen niet kunnen bouwen, iets te durven wat anderen niet durven, kortom het komt erop neer records te breken. Uiteindelijk zal het recordboek zo zwaar zijn dat je beter de virtuele versie van het internet downloadt.
Ik wilde het ook hebben over de leuke dingen van het leven, maar dat zijn er zo veel als je er even bij stilstaat. Veel mensen lijken echter meer interesse te hebben voor foute boel en reageren er clichématig op, terwijl zij niet de nodige diepgang aan de dag kunnen leggen om de complexiteit van het wereldgebeuren te overzien. Ik kan dat ook niet. Ik voel me te klein om oplossingen voor grote problemen aan te kunnen bieden. Ik hoop dat ons collectieve geheugen ons helpt herinneren dat we bij onszelf moeten beginnen om uiteindelijk toe te komen tot de stichting van de verenigde naties van Aarde, met niets dan mensen die geluk boven gewin stellen.

2014: Honden Trouw


Foto De hond is het dier dat de mens het eerst heeft kunnen domesticeren, zo’n 10.000 tot 30.000 jaar geleden. Honden vind je over heel de wereld, in alle maten en kleuren. De hond stamt niet van de coyote af, ook niet van de dingo of de wilde hond, nee, zijn voorouder is bijna zeker de grijze wolf. Na de laatste ijstijd had de vroege mens er genoeg van zich voortdurend te verplaatsen en dus vestigde hij zich als boer. Sommige wolven durfden zijn nederzettingen te naderen om van het afval te eten. En de boer zag in dat ze zijn vee konden beschermen. Wellicht zijn de nakomelingen van die wolven geselecteerd op gehoorzaamheid en zin voor hiërarchie. Sindsdien zijn mens en hond onafscheidelijk. De laatste 200 jaar zijn heel wat varianten gefokt en dat heeft geleid tot de grote verscheidenheid aan rassen van vandaag.
In de schemering kan een hond beter zien dan een mens. Hij ziet dan in grijstinten, maar als er genoeg licht is ziet hij wel degelijk kleuren, alleen heeft hij moeite om rode dingen te onderscheiden. Horen doet hij veel beter dan de mens, ook al hangen zijn oren, maar met gespitste oren kan hij zelfs de richting waaruit het geluid komt lokaliseren. Ik moet verdorie als een hardhorige mijn oorschelpen vergroten door mijn handen erachter te houden. Aan de neus van de hond kan ik ook niet tippen. Zijn reukzin is 1.000.000 keer beter. Bovendien ruikt hij in stereo, dat wil zeggen dat hij kan ruiken of de geur van links of rechts komt. Zijn reukhersenen zijn dan ook tien keer groter dan die van mij. Met vier snijtanden en zes extra kiezen meer, kan hij veel beter van zich afbijten dan ik.
De waakhond die aan de ketting op een erf lag, is niet meer van deze tijd. De mens legt zijn hond in de watten. Hij krijgt een plaatsje in het huis, of in een kraaknet hondenhok. Maar dat wil nog niet zeggen dat alle mensen harmonisch met hun huisdier kunnen samenleven. Cesar Millan, de hondenfluisteraar, kent als de beste de taal van de honden. Honden zien volgens hem enkel onze uitstraling. Als de energie van het baasje niet toereikend is, gedragen ze zich niet meer als een normale hond. Met de kracht van het roedel grijpt Cesar terug naar de natuur en de wolf erin, en zo rehabiliteert hij allerlei honden met problemen. En de baasjes raadt hij aan zich te gedragen als de ‘leader of the pack’.
Maar wat doe je als je liefste viervoeter ziek is? Dan laat je hem verzorgen door een hondendokter. Voor een fikse vergoeding levert hij goed werk. Waar de hond vroeger al snel uit zijn lijden werd verlost, redt de dokter nu menig hondenleven operatief. De mens laat zijn hond niet meer aan zijn lot over, want meestal is hij een beminde levensgezel. Floor, de kortharige Jack-Russell van de schoonouders, is 7 en een heel aanhankelijke hond. Omdat het teefje weinig beweging heeft ga ik wekelijks een eindje met haar wandelen. Ze is braaf maar ze durft zich wel te meten met veel grotere honden. Dan laat ze van zich horen door te blaffen en te grommen.
Het blaffen is iets wat de oerhond zich heeft aangeleerd, want de wolf huilt en gromt alleen maar. Ik communiceer met Floor op mijn eigen manier, maar zij verstaat enkel aa, ee, iii, oo, oe of uu. Floor komt van een asiel en haar vorige eigenaars zijn vergeten haar de noodzakelijke basisbevelen aan te leren. Ze reageert nauwelijks op ‘zit’, ‘af’ kent ze ook niet, op ‘blijf’ reageert ze wel eens, maar met ‘hier’ heb ik nog het meeste succes. Ik hoef niet naar een poot te vragen, want als ze mijn uitgestoken hand nog maar ziet, gaat ze op haar rug liggen. Ze laat zich graag aaien, iets wat ze van de oerhond heeft geërfd. We begrijpen elkaars lichaamstaal des te beter.
Enkele weken geleden kreeg Floor een dikke buik. We dachten dat ze zwanger was, maar de diarree wees op minder leuke ziektes. Drie dokterbezoeken en pilletjes brachten geen soelaas. Floor kreeg zelfs dikke pootjes. Verandering van dierendokter bracht een hartfalen aan het licht, waardoor haar hondenlijf vol water was komen te zitten, vandaar de zwellingen. Floor moest enkele dagen in het dierenziekenhuis blijven om weer op krachten te komen met behulp van een infuus. Als ze ooit van ons heengaat, begraven we haar op een heus kerkhof voor huisdieren. Op haar eeuwige jachtterrein zal ze achter vogels kunnen jagen en andere honden pesten door sneller te lopen dan zij. Tot mijn tijd komt, geef mij maar een hondenleven. Dat is nog niet zo hondengek.

2013: Tussen licht en donker


Foto Eerst dacht ik november in te luiden zonder woorden, met enkel een opzienbarende foto van de ruimte buiten ons sterrenstelsel, waar het niets heerst. Maar ik heb me op tijd bedacht, want de ruimte lijkt alleen maar leeg en donker.
De evolutie van de ééncelligen heeft de mens voortgebracht. Ik ben een mens en ik begrijp nauwelijks hoe dat mogelijk was. Maar de knappe koppen onder ons zijn zo nieuwsgierig en inventief dat ze kunnen achterhalen hoe wij werken; niet wat onze bezigheden zijn, maar hoe wij kunnen leven op deze planeet in het zonnestelsel. Dokters en chirurgen hebben uitgevist hoe ons lichaam werkt. Iets minder goed slagen ze erin te achterhalen hoe ons brein functioneert, maar dat is slechts een kwestie van tijd. Maar hoe zit het universum in godsnaam in elkaar?
Schrijvers van boeken, makers van tv-programma’s en artikels op het internet verdedigen hun theorieën en het is aan ons om ze te geloven of te verwerpen. De bagage die ik meedraag sinds de wiskundelessen op de humaniora is onvoldoende groot om de berekeningen van de astrologen te verifiëren, maar ik ben zodanig geïnteresseerd dat ik het erop waag hen te geloven.
De oerknal is ons beginpunt en alles vloeit eruit voort. Het heeft lang geduurd eer iedereen dat gegeven als waar aannam; 'iedereen' is veel gezegd, want velen liggen er niet wakker van. Ik bleef ook wat sceptisch, maar ik begrijp nu dat er geen andere theorie aannemelijker is. Ik zie voor mijn geestesoog hoe sterrenstelsels uit gasnevels konden ontstaan, maar waarom ze geleidelijk platter werden, is voor mij nog niet helemaal duidelijk.
Fritz Zwicky, een Zwitserse astronoom die als Bulgaar in 1898 geboren werd, begreep al in 1933 dat er zoiets als onzichtbare materie moet bestaan, want daarmee kon hij de hoge snelheden verklaren waarmee de sterrenstelsels door de ruimte scheuren. Gasnevels nemen 3,6 procent van het heelal voor hun rekening. De zichtbare ruimte neemt slechts 0,4 procent in beslag. Maar er is meer dan wat het oog kan zien. Bijna een kwart van het heelal kunnen we niet registreren met een optisch toestel en noemen we daarom donkere materie.
Wat behelst dan het resterende driekwart van alles? Daarvoor moeten de wetenschappers terugvallen op een term die weinig aan de fantasie overlaat: donkere energie. Die zou bepalen hoe de ruimte uitdijt. Ze zou ook de klonters donkere materie in het gareel houden en de ruimte de structuur van een spons geven. Het is een revelatie voor mij, want ik had moeite met me de ruimte voor te stellen. Nu kan ik me er eindelijk een beeld van maken. Niet alleen zuig ik wetenschap op zoals een spons dat met water doet, ik leef ook nog eens in een immense spons. Rest de bollebozen uit te zoeken of het een ronde of rechthoekige spons is.
Ik ben trots een mens te zijn. En ook weer niet. Als ik zie wat we technisch bewerkstelligd hebben wil ik van vreugde in de lucht springen. Als ik via tv of in de krant verneem dat onze vindingen zich tegen ons keren is het huilen met de pet op. Ik hoop in mindere mate bij te dragen tot de vorming van de mensheid. Wat ik schrijf heeft echter zo’n klein audiovisueel effect dat de sterkste ruimtetelescoop in de naburig gelegen Andromedanevel het niet kan vastleggen. Alles voor niets?

2012: Och arme zielen


Foto November is de kille maand waarin we de wapenstilstand van 1918, de dynastie van België en de doden herdenken. Over Wereldoorlog 1 kan ik niets zinnigs vertellen, alleen ben ik blij dat hij een einde kende. Koningsdag interesseert me ook niet zo erg omdat koningen nooit echt veel te zeggen hebben. Waar ik meer wakker van lig is de aanbidding van de heiligen. Velen onder ons herdenken nog jaarlijks alle heiligen in de hemel op 1 november, en alle arme zielen onder de zon de dag erna. Feest dus en fijn voor arbeiders en bedienden, want je krijgt een dag of twee vakantie als je in de goede branche zit.
1 november was zoals meestal koud en nat. Samen met de familie heb ik een wake bijgewoond en ben daarna in een optocht mét fanfare naar het kerkhof gewandeld, in de striemende regen. Ik hield mijn vriendin aan mijn arm, terwijl zij haar diepste wens uitte: dat ze thuis wilde zijn, in ons warme huisje, kijkend naar een of andere gewelddadige tv-serie, of doodgewoon Komen Eten.
Pa is vorig jaar toevallig in de natte novembermaand gestorven, op 9 november. Hij was de eerste wiens grafzerk we bezochten. Ma weende zacht en heeft eindelijk vrede genomen met het feit dat ze zijn gezelschap nog een tijdje zal moeten ontberen. Aan zijn graf staand vraag ik me altijd af of hij er nog is en weet dat ik er ben. Soms denk ik dat hij knus in zijn zetel in zijn ondergronds huisje zit zoals de Hobbits er een hebben. Een andere keer kan ik het graf enkel zien als een duistere gevangeniscel, waar geen zuchtje wind waait maar waar af en toe het geluid van tegen elkaar kloppende beenderen weerklinkt.
Ook de andere leden van mijn familie die op het kerkhof van Kinrooi liggen, heb ik gegroet op mijn manier: door stil te staan bij het jaar dat ze zijn overleden en op te merken hoe lang dat al geleden is. Ik bid nooit, ik doe zelfs geen schietgebedje, omdat er niets meer te redden valt voor de overledene. Mijn gebed is voor mezelf bedoeld, opdat ik het leven zo lang mogelijk mag rekken, want eeuwig in het hiernamaals ronddolen lijkt me niet zo plezierig. Ik vertoef liever in het niets, waar alleen gedachten leven, waar er geen gezever is en alles in het teken staat van de achtergrondruis die het heelal zo uniek maakt. Dat de mens in staat is zo ver te evolueren dat hij boven alles uitstijgt en zelfs dingen kan uitleggen zonder het fenomeen ooit te hebben waargenomen, dat is ongelooflijk geweldig. Petje af. Van God los, zingt Stijn Meuris niet voor niets.
Mijn broer stelde na het bezoek aan het kerkhof voor om in de plaatselijke drankenhal koffie en taart te gaan eten. Ik volgde hem op de voet naar binnen en stond paf van het antieke interieur. Mijn vriendin daarentegen gaf aan dat ze zich terstond wilde omkeren om snel weg te kunnen lopen, vermoedelijk omdat zij de gasreuk veel beter rook dan wij. Toch ging ze gedwee mee.
De uitbater hield zich bezig met het verzamelen van alles wat met drank te maken heeft: flessen, glazen, reclameborden voor drank, maar ook doodsberichten- en prentjes. Ineens zag ik het verband. De drankenhal diende als station op weg naar de dood, waar je kon nadenken over de reis en of die wel de moeite waard was zonder de wereldse dingen des levens.
De koffie kwam uit een thermosfles, maar het was er gezellig. Toch leek het ons beter het tijdelijke nog niet voor het eeuwige te verwisselen, want verstikking is geen mooie dood, en daarom verlieten we na twee koppen koffie en twee stukken taart haastig de hal om elders het festijn voort te zetten.
Op de vooravond van 11 november vierden we vroeger Sint-Martinus door de berg afvalhout in brand te steken die we maandenlang bij elkaar hadden gezocht, vervolgens sprongen we eromheen met op staken gespietste, uitgeholde bieten in de vorm van hoofden met daarin een brandende kaars. Nu zijn dat pompoenen omdat je ze gemakkelijker kunt uitsnijden.
De flakkerende vlammen zorgden voor enge schaduwspelen, gegil en kreten waren alom te horen. Ik herinner me nog goed dat mijn lichaam door het vuur een hete en een kille kant had. De achtergrond van het feest, Martinus van Tours die zijn mantel deelt met een arme, liet me koud.
Hier en daar zijn er nog wel dorpen waar ze het heiligenfeest op de oude manier vieren, maar ik vrees dat de kinderen van nu liever Halloween vieren, het van Amerika overgewaaide heiligenfeest. Weinigen zullen weten dat het oud-Engelse woord hallow ‘heilige’ betekent en dat het feest dient om de kwade geesten te verjagen. 31 oktober was oudejaarsavond voor de Kelten.
Als dat de kinderen niet kan bekoren, hebben ze nog altijd hun gsm's en spelconsoles. Zo gebruiken ze hun hersentjes om bij te houden wie ze moeten sms’en en wanneer, welk computerspel ze on-line gaan spelen en met hoeveel, te twitteren zoals de vogeltjes in mei, en te chatten over onbenulligheden zoals hoe hun idool het klaargekregen heeft haar/zijn tand op een stuk chocolade kapot te bijten.
Het kerkhof is meestal doods en dat is niet abnormaal voor een plek waar de doden verblijven, maar rond Allerheiligen geeft het kleurrijke bloemenpalet een aanblik die je doet wegdromen over sterven zonder lijden en een eeuwig leven erna. Maar geloof me, er is niets leuks aan de dood. Voor sommigen komt hij op kousenvoeten, anderen sleept hij oneindig lang mee om hun breekpunt te kunnen bepalen. Als ongelovige die door bezielde ouders katholiek opgevoed werd, ben ik er zeker van dat ik alleen dood terug kan gaan naar een nieuw gebeuren.

°


Terug naar boven

Gezicht van november 2017

Foto

Janken is niet voldoende. Brul naar de maan!

Gedicht van november 2017

Broeders 25 jaar later


(De kat op de schutting 1992)

We hebben het weer gedaan,
mensen bewogen
om poëzie te verstaan.

Velen luisteren,
maar de meesten staren,
en vinden Willy Wheelie beter.

Buiten het plaatje wint
het geschreven woord
van de uitgesproken zin.

Beelden bestormen,
geluiden wakkeren,
woorden bezinnen.

Gezicht van november 2016

Foto

De wereld hangt aan een zijden draadje.

Gedicht van november 2016

Mie and joe


Hoge bomen op een rij,
ontzag, maar niet lang.
Iemand groter dan mij
maakt me even bang.

Bemin ieder mens,
eerbiedig hem naar wens,
werk niet op zondagen,
en draag je ouders op handen.
Respecteer elke sterveling,
gedraag je niet zonderling,
Gappen is uit den boze
en sjoemel niet als een godloze.
Denk zuiver en rein,
en betreed niemands domein.

Eerst hevige schrik en paniek,
maar dan leef ik weer op.
Een dikke eikel viel,
op mijn kale kop.

Gezicht van november 2015

Foto

De dove klokkenluider van onze lieve vrouw, in Lier.

Gedicht van november 2015

Le mien et le tien


Nu al tien jaar geleden
kwam ik je liefde tegen.
Nog steeds geniet ik van je lach
en hoor ik Sebastiaan Bach.

Ik smelt van jouw zonneschijn,
volg je baan stipt en haarfijn,
voel me de man die wolken meet
en verruk de vrouw die veel weet.

We drinken sap op een t’rasje
of gaan thuis lekker uit de bol.
Als ‘t sneeuwt smelt ik voor je zon
en bij regen ben jij mijn jasje.

Als ik echt niet kan slapen
staar ik in de donk’re nacht
en herken in de maan die lacht
mijn allerliefste baken.

Jij omkadert mijn leven,
houdt mij een spiegel voor
en vaart met mij
op hoop van zegen.

Gezicht van november 2014

Foto

Stairway to Hell.

Gedicht van november 2014

Wa-foef


Al stampt ze tegen zijn kloten,
hij houdt van achterna lopen.
Al snauwt ze hem voortdurend af,
hij groet haar met zijn luid geblaf.

Als een hond is hij, houdt zich koest,
zo geil is hij, maar o zo trouw.
Als ze hem binnen roept, vervloekt,
dan kwispelstaart hij veel te gauw.

Gezicht van november 2013

Foto

Herinnering aan pa
Mathieu Van Eygen +09/11/2011.

Gedicht van november 2013

Weids


Immens groot is het heelal,
door mensen niet te overzien,
fragiel als een bel,
zo rond als een bal,
enkel te begrijpen
door een geleerd man misschien.

De wereld is imposant,
moeilijk in woorden te vatten,
een pasfoto van de schepper,
zonder rand,
alleen door een wijze geest
een beetje te snappen.

Gezicht van november 2012

Foto

De tuin, het hiernamaals van mijn pa.

Gedicht van november 2012

Verhoor mij


Schuin tegenover bidden ze maar heel even
ter nagedachtenis van de overlevenden.
Ik kan wel op tafel dansen
wanneer die oude mensen naar de kerk gaan
voor de mis van kwart voor zeven.

Een dorp verder bidden ze devoot
voor enkele overleden zwakke weggebruikers.
Ik race over het Kempens plateau
terwijl mijn lieve ouders blijven geloven
in het eeuwige leven na de dood.

Langs de kant van de weg bid ik verlegen
om liefde zonder grenzen tussen alle mensen.
Ik ben echter te laat gekomen
omdat iemand geen rekening hield
met de dienstregeling van de spoorwegen.

Ooit wil ik samen op een bank zitten
en trots onze spelende kinderen bekijken.
Jij en ik
als Adam en Eva opnieuw beginnen,
of heb ik het mis?

eygen

Site map         Contact               Geschriften             Gedachten

facebook facebook


© EYGEN-BOEKEN.be    On-line sinds 25/05/2012      Alle rechten voorbehouden
Versie 8.0          Page update 16/11/2017 20:58


B O E K E N    V A N    K R I S    V A N    E Y G E N    U I T G E G E V E N    D O O R    L E C T U R I U M    (FreeMusketeers)